Wie was Cornelis Graafland?

Wie was prof. dr. Cornelis Graafland?

Prof. dr. Cornelis Graafland (1928 - 2004) was een theoloog uit de Gereformeerde Bondsrichting. Hij groeide op in een gelovig arbeidersgezin. Vooral het geloof van zijn moeder heeft hem beïnvloed. Zij was een piëtistisch-gelovige vrouw, wat inhoudt dat zij de innerlijke beleving van het geloof centraal stelde. Ze las veel ‘oude schrijvers’, theologen uit de 17e eeuw. Op relatief jonge leeftijd kreeg ze kanker, waaraan ze overleed. Ze stierf met geloofsvertrouwen. Dat maakte indruk op de jonge Graafland. Het eenvoudige geloof van zijn moeder was levenslang een spiegel voor hem. 

Graafland wilde al op jonge leeftijd predikant worden. Eerst probeerde hij het in de Christelijke Gereformeerde Kerken, waar hij werd afgewezen. Uiteindelijk ging hij aan de universiteit van Utrecht studeren, om in 1953 op 25-jarige leeftijd hervormd predikant in Ameide en Tienhoven te worden. Vervolgens was hij predikant in Woerden, Veenendaal en Amsterdam. In 1961 promoveerde hij bij prof. dr. S. van der Linde op het proefschrift ‘De zekerheid van het geloof, een onderzoek naar de geloofsbeschouwing van enige vertegenwoordigers van Reformatie en Nadere Reformatie.’ Hij onderzocht daarin de verhouding tussen Calvijn en theologen uit de Nadere Reformatie (theologen uit de 17e eeuw). Hij ontdekte dat er in de piëtistische traditie door de nadruk op de ‘verinnerlijking van het geloof’ veel geloofsonzekerheid is ontstaan. Volgens Graafland was dat een afwijking van de theologie van Calvijn.

Van 1972 tot zijn emeritaat in 1993 was hij hoogleraar in de geschiedenis van het protestantisme namens de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Graafland was een kenner van de dogmageschiedenis van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Zo deed hij studie naar de geschiedenis van het dogma ‘verkiezing’ en de verhouding tussen verkiezing en verbond. Ook publiceerde hij over andere gereformeerde thema’s. Hij nam hierin wisselende posities in, wat hem typeerde als een beweeglijk theoloog. 

Wanneer hoorden we voor het eerst van hem?

De eerste keer dat Graafland landelijke bekendheid kreeg, was in 1965. met zijn boekje Verschuivingen in de gereformeerde bondsprediking. In dit boekje uitte hij kritiek op de prediking in hervormd-gereformeerde kring. Ook maakte hij deel uit van een groep theologen die pleitten voor meer vrijheid, bijvoorbeeld in de liturgie. Het boekje is tekenend voor de manier waarop Graafland theologiseerde. Hij schuwde het niet om publiekelijk het debat aan te gaan, ook niet in ‘eigen’ Gereformeerde Bondskring. Dit heeft te maken met de manier waarop hij tegen de gereformeerde traditie aankeek. Hij wees er regelmatig op dat de gereformeerde leertraditie zich heeft uitgekristalliseerd in de confrontatie met andersdenkenden. 

Waarmee is hij bekend geworden?

Veel kerkgangers zullen zich Graafland vooral herinneren door zijn preken. Tot vlak voor zijn overlijden ging hij voor in Gereformeerde Bondsgemeenten. Met zijn geaffecteerde stem en spannende preken trok hij veel publiek. Graafland had retorisch talent en maakte veel werk van zijn preken. In niet-bondskringen nam Graafland vaak deel aan debatten waarbij hij, net als in eigen kring, de confrontatie niet schuwde.

Bij het grote publiek was hij ook bekend door zijn vaak spraakmakende publicaties die hun aanleiding vinden in de actualiteit. Een voorbeeld hiervan is het boek Gereformeerden op zoek naar God dat hij in 1990 publiceerde, over Godsverduistering (secularisatie) en de gereformeerde spiritualiteit. Het boek leidde tot diepgaande discussie en reflectie. 

Wat kunnen gemeenten met zijn gedachtegoed?

Graafland was een meester in het doordenken van de tijdgeest en de theologische vragen voor christenen die daarmee gepaard gingen. Dit ging bij Graafland vaak samen met het kritisch doordenken van de eigen traditie, zonder zijn verbondenheid hiermee los te laten. Hierin was hij voor veel gemeenteleden een richtingwijzer en identificatiefiguur. Ook nu nog kunnen we hiervan leren. Theologie speelt zich niet in het luchtledige af, maar wordt relevant - en ontwikkelt zich - in relatie tot eigentijdse vraagstukken. 

Zien we de doorwerking van zijn gedachtegoed ergens terug?

Graafland heeft geen systematische theologie achtergelaten. Zijn theologie wordt door kenners als tijdgebonden gezien. Dit heeft onder andere te maken met zijn gerichtheid op de actualiteit en zijn wetenschappelijke methode, die nu niet meer wordt gehanteerd. Toch laat Graafland een blijvende indruk achter. Dit heeft te maken met de manier waarop hij zijn theoloog-zijn beleefde. Graafland theologiseerde niet alleen uit wetenschappelijke interesse. Hij was met zijn hele ‘zijn’ bij de theologie betrokken. Hij theologiseerde uit een existentiële noodzaak en gedrevenheid. Dit geloof maakte tijdens zijn leven indruk, maar is nu ook voor veel gemeenteleden een bron van inspiratie en navolging. 

BoekentipTegendraads gereformeerdBiografie prof. dr. C. Graaflanddoor Arjan Boersma

 lees verder
 
Jack de Koster: 'Om kerk in de samenleving te zijn, heb je elkaar nodig'

"Als het gevoel van heilige urgentie ontbreekt, is de vrijblijvendheid te groot en wordt samenwerken tussen gemeenten trekken aan een dood paard", zegt Jack de Koster, zelfstandig gemeenteadviseur en kerkelijk werker in de protestantse gemeente Ravenswaaij. 

Bij het oude houden

Samenwerkingsprocessen in de kerk verlopen vaak moeizaam en vragen lange adem. Soms haken gemeenten na een paar jaar weer af. "Alleen al het besef dat je tot een groter geheel behoort, en geïnteresseerd moet zijn in de gemeente tweeënhalve kilometer verderop, is een zending op zich," aldus Koster. "Er zijn succesvolle voorbeelden van samenwerking, maar ik tel ze op één hand. Ten diepste zien veel gemeenten het belang er niet van; liever willen ze alles bij het oude houden."

Wanneer lukt het wel? Koster: "Zodra je de focus verlegt van je eigen navel naar de wereld om je heen. Ga als gemeenten rond de tafel zitten. Breng in kaart hoe je kerk wilt zijn, anno nu, in deze samenleving. Dan ontdek je dat je elkaar daarbij nodig hebt. Dat je er belang bij hebt, omdat er tijd, geld en energie vrijkomen. Breng vervolgens de mensen samen die dagelijks het praktische werk doen: jeugdwerkleiders, diakenen, redactieleden. Zij zijn eerder geneigd tot constructief samenwerken dan bestuurders."

Belang bij samenwerking

Koster laat gemeenten ook kritisch naar zichzelf kijken: waarom willen jullie samenwerken? Wat is het jullie waard? "Zodra ik een gemeente begeleid, zet ik de knop om en word ik enthousiast. Ik laat gemeenten ontdekken welk belang zij hebben bij samenwerking. De werkdruk neemt af door dingen samen te doen." 

Hij wijst gemeenten daarbij op het wenkend perspectief: doe alle bestuurlijke frutsels samen en je kunt je weer volop richten op je taak als lokale gemeente in wijk, dorp of stad. "Dan krijgen ze er zin in en stroomt er positieve energie. Er komt menskracht en ruimte voor zaken die je als lokale gemeente belangrijk vindt. Zie je dat belang niet? Begin er dan niet aan."

Het is een uitdaging om de gemeente mee te nemen in het proces. Vaak staan gemeenteleden op achterstand als het gaat over wat er bestuurlijk gaande is. Hoe je ook communiceert, het gevoel blijft dat het gaat ‘over ons, zonder ons’. Neem dat gevoel serieus, draagvlak in de gemeente is voorwaarde voor samenwerking.”

Over grenzen kijken

Gemeenten willen gaan samenwerken als ze ontdekken dat ze dingen dubbel doen, is de ervaring van Jack Koster. “In 2009 ontstond aan de grenzen van het land de behoefte om samen te gaan doen wat elke gemeente tot dan toe zelf deed. Denk aan de ledenadministratie, het kerkblad, de diaconie. Vooral samenwerking in het jeugdwerk en het diaconaat kwam van de grond. Jongeren zijn uit zichzelf minder honkvast en vinden het interessant om iets leuks te doen met leeftijdsgenoten uit andere gemeenten. Ook de diaconie is gewend om over grenzen te kijken."

De behoefte aan bestuurlijke samenwerking groeit. "Het kost steeds meer moeite om de boel rond te krijgen. Er zijn te weinig ambtsdragers of er is te weinig kennis en ervaring, omdat mensen die het jaren hebben gedaan, stoppen."

Samenwerken of fuseren

Bij een fusie vormen verschillende protestantse gemeenten een nieuwe gemeente. Bij samenwerking blijft elke gemeente zelfstandig met eigen kerkdiensten, een eigen dominee en kerkgebouw. Koster: "De kerkorde biedt ruimte voor deze vorm, door de introductie van een nieuwe juridische constructie: het ‘samenwerkingsorgaan’. Daarmee is een gezamenlijke kerkenraad mogelijk geworden."

De kerkorde zit soms ook in de weg. "De vergaderdruk is hoog. Door de samenwerking ontstaat een extra vergadercircuit waar niemand op zit te wachten. Dat kan anders, als je toestaat dat de lokale gemeente bestuurlijk veel kleiner mag zijn dan nu voorgeschreven is."

Reizend circus

Speelt de geestelijke ligging van gemeenten een rol bij samenwerking? Jack Koster vindt van niet. "Ik onderzocht op Walcheren, met een diversiteit aan protestantse gemeenten van confessioneel tot midden-orthodox, de mogelijkheden voor samenwerking. De verwachting is dat binnen nu en tien jaar kerkenraden te klein zullen zijn om zelfstandig te besturen. Ik vroeg alle gemeenten naar hun verlangen naar samenwerking. Alle gemeenten stonden ervoor open. Vorming & toerusting wordt nu in een aantal gemeenten samen gedaan. Dat is een reizend circus, met activiteiten op steeds weer andere locaties. Aan de orde was ook de wens om gezamenlijk een plan te maken voor de toeristen en het jeugdwerk. Het gezamenlijk inzetten op beroepskrachten om dit vorm te geven werd door alle gemeenten als kans gezien.”

De doelgroep betrekken

Belangrijke sleutelfiguren bij samenwerking zijn de predikanten. "Als zij niet willen, dan wordt het vechten tegen de bierkaai," aldus Koster. "Mijn ervaring is dat teamvorming spannend is voor predikanten. Daarbij komt aan het licht waar je minder goed in bent. Zeker predikanten met een klassieke opleiding zijn niet gewend om dat te delen met collega’s. Ik vraag predikanten daarom wat hun rol zou kunnen zijn, waar we ze niet voor moeten vragen en wie we dan wel moeten vragen."

Als je bang bent dat je niet genoeg vrijwilligers hebt, verbreed dan je horizon, leerde Koster. "In Noord-Holland organiseerde een predikant filmavonden met zo’n honderd bezoekers. Hij klaagde dat niemand hem kon helpen. Ik zei: ‘Er zitten honderd mensen, daar zit vast iemand bij die daar lol in heeft.’ Nooit over nagedacht. Betrek de doelgroep zelf bij wat je doet, dat is goed voor iedereen. Verruim je blik, als je vrijwilligers zoekt. Het potentieel aan vrijwilligers is veel groter dan de groep belijdende leden die vroeger ambtsdrager zijn geweest."

Sinds kort biedt de kerkorde mogelijkheden om de bestuurlijke organisatie van een gemeente 'lichter' in te vullen, door bijvoorbeeld samen met een andere gemeente een college van kerkrentmeesters te vormen. Voor gemeenten die moeite hebben met het vinden van voldoende ambtsdragers, kan dit een oplossing zijn.  Ook voor pioniersplekken, die doorgroeien, is het onderwerp 'Lichter kerk-zijn' van belang. Meer hierover op de themapagina 'Lichter kerk-zijn'.

 lees verder
 
Maak kennis met Anne Burghardt: secretaris-generaal Lutherse Wereld Federatie

Ze volgt daarmee ds. Martin Junge op die de gemeenschap van 148 lutherse lidkerken leidde sinds 2010. Anne Burghardt is de eerste vrouw en de eerste persoon uit de regio centraal- en oost Europa die de Lutherse Wereld Federatie ambtelijk gaat leiden. Tijdens haar bezoek aan Nederland spreekt ze ook met Elkkwartaal.

Burghardt werd geboren in Estland (1975), een van de meest geseculariseerde landen ter wereld, tijdens de toenmalige Sovjetbezetting. Haar grootouders waren lid van de lutherse kerk; oma en haar vader en tante werden gedeporteerd naar Siberië in 1949. Zoals velen die dit regime meemaakten, waakten haar grootouders ervoor hun kinderen actief bij het kerkelijk leven te betrekken, wegens mogelijke verstrekkende gevolgen hiervan.

Geprikkeld door het religieuze

De weg naar haar ordinatie tot dominee (2004) in de Maria Kathedraal van Tallinn, begon met deelname aan een belijdenis klas – hiervoor uitgenodigd door een schoolvriendin. “Op mijn school in Estland werd, als een van de weinige, ook religieus onderwijs gegeven en door de gesprekken met klasgenoten in deze lessen werd ik diep geraakt. Iedereen zocht naar de eigen identiteit en ik werd geprikkeld door het religieuze.” Terugkijkend op haar ‘geloofsreis’ ervaarde ze een gestage groei door vele vragen en antwoorden, steeds meer verankerd in het christelijk geloof en haar wens de kerk te dienen. Ze studeerde theologie aan de universiteit van Tartu, in Berlijn en Beieren en specialiseerde zich in orthodoxe liturgie. Ze voltooide de pastorale opleiding en werd docent aan het theologisch instituut van Tallinn, in combinatie met een leerstoel orthodoxe liturgie; een bijzonder voorbeeld van oecumenische samenwerking binnen de academisch-kerkelijke wereld. Door haar belangstelling voor orthodoxie werd ze lid van de eerste luthers-orthodoxe dialoog commissie van Estland. Vervolgens werkte ze vijf jaar als secretaris voor oecumenische relaties in het LWF-hoofdkantoor te Genève, waar ze betrokken was bij zowel de dialoog tussen Anglicanen en Mennonieten als orthodoxe en pinkstergemeente christenen.

Verandering en verzoening

Gestoeld op haar eigen jeugdjaren en verdere ontwikkeling in een geseculariseerd land, heeft Anne Burghardt het vaste voornemen zich in te zetten voor het delen en inbrengen van Gods wereld bij mensen in een geseculariseerde context. Ze groeide op in een tijd waarin mensenrechten en de menselijke waardigheid systematisch werden veronachtzaamd door het toenmalige Sovjetregime. Ook daarom gelooft ze dat onze kerken een vitale rol kunnen en moeten spelen in het stelling nemen en uitdragen van christelijke waarden in het publieke domein. “In een wereld met steeds meer versplintering zijn we geroepen om Gods wil te onderscheiden en in steeds complexere situaties positieve verandering en verzoening te vertegenwoordigen.” Hoewel de Lutherse Wereld Federatie een confessionele gemeenschap van kerken is, ervaart Burghardt een grote betrokkenheid bij de christelijke eenheid. “En waar elke christelijke gemeenschap met haar eigen inbreng bijdraagt aan de wereldkerk, staat in onze lutherse traditie Gods onvoorwaardelijke genade centraal en de vrijheid die daaruit voortvloeit.”

Bemoediging

Desgevraagd herkent ze in een tijd van toenemende secularisatie ook het zoeken naar geloofsbeleving van jonge generaties, die zich steeds minder identificeren als religieus maar de geloofstaal veelal niet meer weten te vinden. Toch ziet ze daarin ook heil. ”Er is wel degelijk sprake van een religieus verlangen, het zoeken naar transcendente dimensies – kijk maar naar de belangstelling voor allerlei alternatieve spirituele bewegingen. Afhankelijk van het soort samenleving waarin je verkeert en hoe de verhouding religie-overheid is, zijn er verschillende manieren om tot geloof te komen. Of liever: hoe (jonge) mensen die willen bijdragen aan verandering en verbetering kunnen worden aangemoedigd. Veel maatschappelijke taken worden al uitgevoerd door organisaties met een levensbeschouwelijke en kerkelijke achtergrond. Aansluiting daarbij, ondanks secularisatie (en misschien wel dankzij) gebéurt.” Veel nadruk wenst ze te leggen op diaconie, het omzien naar elkaar en vooral naar steun en bemoediging in de verdrukking. “Daarmee kun je je identificeren. En gelukkig bemoeit de kerk zich ook met de klimaatdiscussie. Klimaatzorg krijgt zo ook een theologische achtergrond.” Met de input van jonge mensen wereldwijd neemt de Lutherse Wereld Federatie deel aan de grote klimaatconferenties, juist met jongeren, omdat zij de toekomst zijn. “Het is daarbij bemoedigend om te zien hoe actief jongeren bijvoorbeeld zichtbaar waren bij de vorige klimaattop in Glasgow”. Vanuit de Protestantse Kerk (regio Centraal-West Europa) was Joren Reichel, lid van de lutherse synode, afgevaardigd.

Vrouwen in het ambt

Natuurlijk werd haar al gevraagd hoe het is om de eerste vrouw op deze positie te zijn. “Ach”, relativeert ze, “het is mooi, maar zo bijzonder ook weer niet. Het gaat immers niet om gender maar om wat je als mens in het werk kunt bijdragen.” Als eerste vrouw op deze positie gelooft ze wel dat in veel landen en kerken vrouwen zich extra bemoedigd voelen door dit voorbeeld. “Ik zag onlangs in Tanzania de reacties van vrouwen – hoe tróts zij waren te zien dat dit dus kan. De eerste ordinanties van vrouwen in Estland zijn al meer dan een halve eeuw geleden, maar ik denk dat mijn benoeming een historisch moment markeert voor onze kerk en regio, en dat dit vooral in de Afrikaanse landen het verschil maakt. Tegelijk kijk ik uit naar de dag dat gender niet langer een issue is in de discussie rond leiderschapsposities binnen de kerken en in de maatschappij.” Ze wil de theologische discussie rond het lutherse begrip van ordinantie stimuleren en kerken ondersteunen in het opnemen van vrouwen in het ambt en kerkelijke posities. De gesprekken binnen de Lutherse Wereld Federatie en de uitwisseling en ervaringen van andere lutheranen hebben bijvoorbeeld een grote rol gespeeld in de recente beslissing van de lutherse kerk in Polen om vrouwen toe te laten tot het ambt van dominee.

Theology for Transformation

Tijdens haar academische opleiding aan het theologisch instituut van Tallinn, waar ze later ook docent was, werden studenten getraind om kritisch te denken en reflecteren. Burghardt benadrukt het belang daarvan, juist in een tijd van toenemende polarisatie. “De kerk moet niet het zwart-wit paradigma voeden, maar juist reflecteren op een gedifferentieerde manier van denken.” Ze wil ook haar eigen onderzoeks- en onderwijservaring actief inzetten en delen in een verder speerpunt van de Lutherse Wereld Federatie: ‘Theology for Transformation’, een programma gericht op de wereldwijde toerusting en bevordering van theologisch onderwijs. “Kritisch en gedifferentieerd denken hebben we onverminderd nodig in onze huidige wereld om opkomende polarisatie, het populisme en de post-waarheid en desinformatie politiek tegen te gaan in onze samenlevingen. We kunnen als kerken niet alleen activisten zijn. Een solide theologische onderbouwing is essentieel voor onze interactie met deze onderwerpen.” Ook als het gaat om de eigen institutionele ontwikkeling, richt de Lutherse Wereld Federatie zich op diversiteit en inclusiviteit. Sinds de zevende internationale conferentie in 1984 heeft zij zich gecommitteerd aan het integreren van vrouwen in kerkelijke functies en leiderschapsposities, zonder enig voorbehoud. En ook nu streeft zij naar de benoeming van tenminste 40% vrouwen, naast minimaal 20% jongeren, uit alle regio’s van de wereld.

Lokale en globale context verbinden

Als het gaat om mensenrechten, zoals gender- en klimaatrechtvaardigheid, is het belangrijk om het lokale steeds te verbinden met het globale, zo stelt Burghardt. “In de hele wereld zien we een zekere terugdringing van mensenrechten. Tegelijkertijd zijn in veel van de verschillende regio’s kerken invloedrijk in hun eigen context, waardoor zij mogelijkheden hebben om mensenrechten te benoemen en bevorderen. Een recent voorbeeld komt uit Tanzania, waar de lutherse bisschop pleitbezorger was voor de herintegratie van meisjes en jonge vrouwen die tijdens de pandemie door vroegtijdige zwangerschap waren uitgevallen in het onderwijs.” Daarnaast ondersteunt de LWF via haar World Service, in samenwerking met de UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees), wereldwijd meer dan 2,4 miljoen vluchtelingen. Bijvoorbeeld in Oeganda, waar 1,3 miljoen vluchtelingen uit Zuid-Soedan en Kongo verblijven, waarvan de LWF ruim 700.000 mensen direct faciliteert. Crises uit de hele wereld mogen echter niet tegen elkaar worden uitgespeeld, licht Burghardt toe. “Als wereldwijde lutherse gemeenschap worden wij steeds weer geconfronteerd met crises, ver weg en dichtbij. Zoals nu de oorlog in Oekraïne. Veel middelen worden op dit moment geconcentreerd naar dit gebied. Het is daarbij een uitdaging om te bewerkstelligen dat we wereldwijd gehoor kunnen blijven geven aan crises. Met miljoenen ontheemde vluchtelingen in Europa, zijn de gevolgen van de oorlog voor klimaat- en energiepolitiek, destabilisatie van democratische structuren en wereldwijde polarisatie, inclusief ideologische pogingen om theologie te instrumentaliseren, nog onduidelijk.”

One Body, One Hope, One Spirit

Het valt ook nog te bezien welke uitwerkingen de oorlog zal hebben voor de volgende internationale conferentie van de Lutherse Wereld Federatie in Polen rondom het thema ‘One Body, One Spirit, One Hope’ in het najaar. Burghardt is nauw betrokken bij de voorbereidingen hiervan. “Thema en locatie krijgen in het licht van de huidige ontwikkelingen een nieuwe dimensie, die toont dat de individuele aspecten van het thema, Eén Lichaam, één Geest, één Hoop (naar Efeziërs 4:4), met elkaar verbonden zijn in de notie van eenheid in Christus. Lijden en onrechtvaardigheid worden in de meeste gevallen gevoed vanuit verdeeldheid onder mensen in de wereld; mannen gescheiden van vrouwen, mensen die ontheemd zijn van hun thuisland, geest en lichaam gescheiden en tegengesteld aan de schepping. Het mysterie van de Drie-eenheid daarentegen is eenheid in diversiteit. Het is Gods kracht die mensen bij elkaar brengt. Niet gedwongen door geweld, maar door diversiteit in eenheid. God geeft het leven aan de gemeenschap zonder het individu daardoor tot eenheid te dwingen. Als kerken en mensen van God zijn we daarom geroepen om boodschapper te zijn van verzoening, vrede en hoop.”

De generale synode

Tijdens de generale synode in Lunteren ging dominee Burghardt gezamenlijk met ds. Martin van Wijngaarden (Evangelisch-Lutherse Gemeente Rotterdam) voor in de liturgische opening. De zegen ontvingen synodeleden daarbij het in het Estlands. Burghardt was uitgenodigd om te spreken over het werk van de Lutherse Wereld Federatie en de uitdagingen voor kerk-zijn in de huidige wereldwijde context. Ze opende haar presentatie door oecumene en christelijke eenheid te benadrukken. Een opvallend element uit haar inleiding: in termen van lidmaatschap ligt het zwaartepunt van lidkerken voornamelijk bij ontwikkelingslanden in Afrika en Azië, naast Duitsland en Scandinavië. Alleen al de lidkerken in Ethiopië en Tanzania hebben ruim 20 miljoen leden, naast nog eens 8 miljoen gezamenlijke leden in Indonesië en Madagaskar. De focus van het christelijk geloof in de wereld verschuift daarmee steeds meer naar het globale zuiden.

Geloof concreet maken

Het delen in de gaven en bronnen uit de verschillende wereldregio’s middels de Lutherse Wereld Federatie heeft substantieel bijgedragen aan de eenheid van de lutherse wereldfamilie. ‘There is no church so big and so rich, that it wouldn’t depend on the gifts of others; there is no church so small and so poor it wouldn’t be able to enrich others’ – aldus de quote van LWF-president Josiah Kibira (1977 – 1984). Een huidig speerpunt in het beleid van de wereldfederatie is daarom het versterken van de presentie van kerken in de wereld, én wereldwijd, naast humanitaire kerndoelen als menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en vrede. “Deze twee perspectieven bij elkaar brengen betekent het geloof concreet maken, woorden omzetten in daden”, aldus Burghardt. Oecumenische relaties en partnerschappen, zowel binnen de wereldfederatie tussen lidkerken, als interconfessioneel en interreligieus, krijgen daarom prioriteit bij ontwikkelingssamenwerking. Vanuit de Protestantse Kerk is onder meer ds. Andreas Wöhle, president van de lutherse synode, afgevaardigd naar de LWF-taskforce voor Joods-christelijke relaties. Daarnaast zijn programma’s opgezet om de zoektocht naar de wereldwijde lutherse identiteit, of eigenlijk identiteiten, te faciliteren en jongeren toe te rusten om boodschappers van vrede te zijn.

Werken aan oplossing, ook op lange termijn

De steun, gericht op afzonderlijke leden van de gezamenlijke lutherse gemeenschappen in hun eigen context, is niet alléén gericht op verafgelegen gebieden. Burghardt reageert ook op de Nederlandse context dichtbij, met terugloop van kerkelijk belang en lutherse leden, waarin we zeker niet de enigen zijn. Ze adviseert ons niet blind te staren op grote buurlanden met hun navenante lutherse traditie, maar om te zien wat er wél is en vooral: wat de andere gemeenschappen met soms nóg minder middelen wel bereiken. “Kijk bijvoorbeeld naar Polen en Hongarije; hoe de kleine lutherse gemeenschappen daar met zulke beperkte middelen zich nu inzetten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Dus, práat met elkaar, als je ook een ‘kleintje’ bent, zoek elkaar op en ontdek waarin je van elkaar kunt leren - vooral in de praktijk. Ga kijken!” Verder bepleit Burghardt meer toezicht op een gelijke verdeling van COVID-vaccins in de wereld. In het Westen mogen we dan enigszins van corona ‘af zijn’, maar de pandemie heeft ook wereldwijd grote gevolgen voor gemarginaliseerde gemeenschappen, ontheemden en lage inkomensgebieden. “Het is essentieel dat voor iedereen in gelijke mate vaccins beschikbaar zijn. De verdeling ervan is wereldwijd nog steeds ongelijk en bovendien wordt het in toenemende mate ingezet als wapen in een oorlog van desinformatie gevoed vanuit al bestaande polarisatie. Als Lutherse Wereld Federatie ondersteunen we bij de proactieve bestrijding van de verspreiding van het virus, door de toegang tot vaccinatie- en gezondheidsdiensten te verbeteren, en werken we aan lange termijn oplossingen.”

De Protestantse Kerk is lid van de Lutherse Wereld Federatie. De Lutherse Wereld Federatie in cijfers: 148 lidkerken in 99 landen met meer dan 77 miljoen lutheranen wereldwijd. In de organisatiestructuur van de Lutherse Wereld Federatie is de Assemblee het hoogste beslissende orgaan. Het dagelijkse besturen is gedelegeerd aan de Council (raad) en een dagelijks bestuur, dat gevormd wordt de LWF-president en de voorzitters van de zeven wereldregio’s binnen de Lutherse Wereld Federatie. Die regio´s zijn: Afrika, Azië, Centraal-West Europa, Centraal-Oost Europa, Noord-Europa, Latijns- en Caribisch Amerika en Noord-Amerika. De Lutherse Wereld Federatie wordt ondersteunt door de Communion Office die zetelt in Genève (Zwitserland), onder leiding van secretaris-generaal ds. Anne Burghardt. Voor meer informatie zie de website: https://www.lutheranworld.org/

 lees verder
 
De Wetslezing (Tien Woorden)

In de dienst van de voorbereiding laat de gereformeerde traditie de Tien Woorden klinken, gelezen door de voorganger of gezongen door de gemeente. Meteen aan het begin van de eredienst wordt Gods ‘bestektekening’ voor deze wereld aan de gemeente voorgehouden. Als spiegel die het menselijk tekort onthult, en als richtsnoer ten leven. Het ontwerp is majesteitelijk: het herinnert de gemeente aan haar zonde en tekort, en plaatst haar in de modus van dankbaarheid. De wet is smeking én lofzegging, biechtspiegel én regel der dankbaarheid. Zo bezien is het begrijpelijk dat Calvijn de Tien Woorden ook liet zingen als opening van de avondmaalsviering, waar eveneens zelfonderzoek en dankbaarheid passen.

De Tien Woorden zijn ook denkbaar als geloofsbelijdenis en als tekst bij de heenzending: de kerk gelooft dat dit Gods wil is met de kerk en de samenleving. Zij zal dankbaar leven nadat zij zich onder het Woord heeft geplaatst en haar taak in de wereld weer opnemen. Het christelijke leven is dienstbaar aan Gods design van de aarde en wie haar bewonen.

De dualiteit van wet en evangelie behoort tot de fundamenten van de lutherse traditie en doortrekt daar de hele theologie en ook eredienst. Daarbij is de wet vooral biechtspiegel. Wet en evangelie corresponderen met twee kanten van het christelijke leven: eis én belofte, opdracht én geschenk, vrees én vreugde, zonde én rechtvaardiging, oordeel én genade, dood én leven, kyrie eleison én Gloria in excelsis Deo.

Zie ook: Dienstboek, een proeve. Schrift, Maaltijd, Gebed, 867v. Voor voorbeelden, idem, 838-846.

vlnr ds. Maro Jonker, ds. Wim de Bruin en ds. Frank van Veldhuizen

 

“Wetslezing geen reguliere plek”

“In onze lutherse gemeente gebruiken we de oecumenische liturgie. Dat houdt in dat er geen reguliere plek voor de wetslezing is ingericht. De wet is wel een levend aanwezige gedachte, samengevat in ‘heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf’: de tien woorden van leven. Die woorden komen regelmatig terug in de verkondiging en de gebeden. En als ze worden gezongen, dan is dat met de liedboekliederen 311, 313, 316 of 325.

Aan het begin van de viering spreken we een eenvoudige schuldbelijdenis uit: ’Vergeef ons wat we verkeerd gedaan hebben en waar we spijt van hebben, en laat ons weer in vrede leven.’ Daarnaast is er een kyriegebed, waar de kleinheid en de machteloosheid van mensen aan de orde komt. Dit ook in het geloof dat we Gods barmhartigheid en vrede nodig hebben om samen te kunnen leven.”Ds. Margo Jonker, Lutherse Gemeente Zwolle

“Plek in de dienst helder uitleggen”

“In het eerste gedeelte van onze ochtenddiensten vindt doorgaans een wetslezing plaats. Bij diensten die vol zijn, zoals doop- en avondmaalsdiensten, blijft deze achterwege. Elementen van de wetslezing bevinden zich al in de uitleg bij doop en avondmaal. De wetslezing kan bestaan uit het lezen van de Tien Geboden uit Exodus 20, of een ander bijbelgedeelte uit het Oude of Nieuwe Testament dat een richtlijn voor het leven bevat, zoals Leviticus 19:1-4, 11-18, Micha 6:6-8, Marcus 12:28-34, Romeinen 12:9-21 of 1 Petrus 4:7-11. Deze lezing sluit aan op een gebed om ontferming/vergeving en genadeverkondiging, vaak in de vorm van een lied. En soms gaat de wetslezing vooraf aan het lied of gebed. Dan functioneert de lezing vooral als een spiegel die onze tekorten laat zien en ons toeleidt naar het gebed om schuldvergeving. Ik leg de plek van de wetslezing graag uit, om de liturgische beleving en doorwerking te versterken.”Ds. Wim de Bruin, Hervormde Gemeente Bleiswijk (Dorpskerk)

“Meestal lees ik een leefregel”

“Ik wissel het af; soms lees ik de Wet, de Tien Geboden, maar meestal lees ik een leefregel uit de Schrift. En soms lees ik de geloofsbelijdenis. In alle gevallen wordt dit gevolgd door een lied. Ik leg altijd uit waarom we iets lezen of zingen, en in welke volgorde.

De leefregel die ik kies is een bijbeltekst die past bij de thematiek van de dienst. Als de doop wordt bediend is dat een tekst uit Deuteronomium waarin een samenvatting van de Wet staat. Met Pasen bijvoorbeeld lees ik uit Filippenzen 2:5, ‘Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was’. Het lezen van een leefregel in plaats van de Wet past bij deze gemeente die wel graag een stevige preek hoort maar in de liturgie wat moderner is.”Ds. Frank van Veldhuizen, Hervormde Gemeente Stolwijk (wijk 1)

De vorige aflevering in deze serie ging over Kyrie & Gloria:

Kyrie & Gloria

Pijl naar rechts
 lees verder
 
Wat zijn de taken van de voorzitter kerkenraad?

Elke kerkenraad in een gemeente van de Protestantse Kerk heeft een voorzitter. In de kerkorde wordt deze rol ‘preses’ genoemd. Omdat de voorzitter van de kerkenraad uit het midden van de kerkenraad gekozen wordt, is hij/zij een ambtsdrager. 

De voorzitter van de kerkenraad is ook voorzitter van het moderamen, het dagelijks bestuur, van een gemeente. In het moderamen zitten naast de voorzitter in ieder geval de scriba, een assessor (iemand die de voorzitter terzijde staat) en de predikant. 

Taakomschrijving voorzitter kerkenraad

In de kerkorde is de taakomschrijving van de voorzitter niet helder omschreven. De kerkorde geeft wel duidelijk weer wat het speelveld van de voorzitter van de kerkenraad is. 

Zo is de kerntaak van de kerkenraad volgens de kerkorde:De gemeente geeft gehoor aan haar roeping door onder leiding van de kerkenraad de samenhang in haar leven en werken te bevorderen en alles te richten op de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst aan de wereld.

Daarnaast beschrijft artikel VI van de kerkorde op hoofdlijnen wat de samenstelling, kerntaak en werkwijze van de ambtelijke vergaderingen in de kerk is. De ordinanties 4.I en 4.II werken dit verder uit. De voorzitter van de kerkenraad zou dit gedeelte van de kerkorde moeten kennen en ter harte nemen.

Goed voorzitterschap

De voorzitter van de kerkenraad speelt een belangrijke rol in het bestuurlijke reilen en zeilen van een gemeente, onder meer door het mede vormgeven van de vergadercultuur van de kerkenraad. Veel voorzitters van kerkenraden hebben leidinggevende en/of bestuurlijke ervaring vanuit een professionele werkomgeving en/of vrijwilligerswerk. Dat is vaak een pre, maar leidt niet automatisch tot ‘goed voorzitterschap’. 

Geestelijk leidinggeven

Naast het organisatorisch goed leiden van een vergadering is het namelijk cruciaal dat een voorzitter zich ook bewust is van het feit dat hij/zij ten dienste staat van het ‘geestelijk leiderschap’ van de kerkenraad als geheel. De predikant vervult hierin een waardevolle rol vanwege zijn of haar expertise op dit vlak. Hij/zij kan de kerkenraad voorgaan in het samen luisteren naar het Woord en de Geest. 

De predikant kan bijvoorbeeld vragen stellen over de diepere bedoeling van een agendapunt. Hoe het raakt aan de identiteit van de gemeente en aan Gods missie. Daarmee gaat de predikant niet op de stoel van de voorzitter zitten, maar heeft wel een essentiële inbreng. Een goede voorzitter geeft hier voldoende ruimte aan. 

Vergadercultuur

Een goede vergadercultuur is gebaseerd op drie invalshoeken. Als het goed is komen deze steeds aan de orde:

  • De mens - Doet ieders inbreng ertoe? Wordt er naar elkaar geluisterd? Kan iedereen aan het woord komen? Is er zo nodig even aandacht voor de persoonlijke omstandigheden van mensen, voor het individu in het geheel van de vergadering en voor de onderlinge verhoudingen?
  • De taak - Weet iedereen, ook van elkaar, welke taak men heeft? Is er van daaruit een verbinding met het geheel van de (visie op de) geloofsgemeenschap? Is deze taak en is die verbinding zo af en toe onderwerp van gesprek?
  • De zaak - Is het bredere geheel van de gemeente in beeld? Daar is het allemaal om begonnen. Waarom is de gemeente er? Past wat eenieder doet daarbinnen, op dit moment, op deze plaats?

Het is vooral de taak van de voorzitter om ervoor te zorgen dat er een goede balans is. Maar het is de verantwoordelijkheid van de hele vergadering dat dit ook gebeurt.

Lerende cultuur

Goed voorzitterschap stimuleert tevens een lerende cultuur in de kerkenraad. Een vergadercultuur waarin ruimte is voor open discussie en dialoog. Hier is een nieuwsgierige en kritisch-onderzoekende houding voor nodig. Een cultuur waarin ruimte is om fouten te maken en te experimenteren, en waarin ieders ‘stem’ serieus genomen wordt. Nogal wat conflicten in gemeenten zijn te herleiden tot het functioneren van de kerkenraad en tot de dynamiek tussen predikant en kerkenraad. Goed voorzitterschap kan hierin preventief werken. 

Valkuilen

Het voorzitterschap van de kerkenraad kent een paar valkuilen.

  • Een voorzitter managet de kerk zoals hij/zij dat wellicht uit het werkzame leven gewend is, terwijl het in de kerk ook draait om ‘geestelijk leiderschap’. 
  • Een voorzitter denkt in zijn of haar eentje leiding te moeten geven aan de kerkenraad. Terwijl dat - ook volgens de kerkorde - een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het moderamen is (waarbij ieder een eigen rol vervult, inclusief de predikant). 
  • Een voorzitter denkt dat beslissingen worden genomen op basis van ‘de meerderheid van stemmen’. De kerkorde stuurt echter aan op ‘eenparige’ (eensgezinde) besluitvorming.

Kansen

Daarnaast kent het voorzitterschap ook kansen. 

  • Je kunt als voorzitter een belangrijke bijdrage leveren aan een goede vergadercultuur in en teamvorming van de kerkenraad, ter voorkoming van ‘gedoe’ en ‘conflicten’.
  • Het voorzitterschap van de kerkenraad heeft de extra dimensie van ‘geestelijk leidinggeven’. Spiritualiteit mag volop meedoen in het leidinggeven.
  • Er zijn veel inzichten uit de organisatie- en veranderkunde die je kunt toepassen in het leidinggeven aan en door de kerkenraad.

Training voorzitter kerkenraad

Voor beginnende voorzitters van kerkenraden is er een praktische training die zich richt op een aantal basics om de rol van voorzitter goed te kunnen vervullen. Zo wordt onder meer aandacht besteed aan Bijbelse en andere identificatiefiguren rond leiderschap. Ook wordt het speelveld van de voorzitter in kaart gebracht, en worden modellen en methoden voor leidinggeven en besluitvorming aangereikt.

De training 'Voorzitter kerkenraad' wordt iedere maand gegeven.Meld je aan.

 lees verder
 
Protestantse Kerk en de visie op het ambt

Huidige ambtsdiscussie

De directe aanleiding voor de huidige bezinning op het ambt is tweeërlei. In de eerste plaats de positie van pioniers. In kleine, groeiende pioniersplekken ontstaat soms de vraag naar het bedienen van de doop en het vieren van de maaltijd van de Heer. Pioniers zijn hier meestal niet toe bevoegd. In de tweede plaats de situatie van kerkelijk werkers, die vaak in kleine gemeenten werken. Deze ambtsdiscussie heeft een voorgeschiedenis. Vanuit die geschiedenis denkt de synode na over een ambtsvisie die behulpzaam is voor de toekomst van de kerk. 

2004 en verder: Verschillende praktijken samenbrengen

Al vanaf het begin van het ontstaan van de Protestantse Kerk - 1 mei 2004 - plaatst de generale synode de bezinning rond het ambt van predikant en het beroep van kerkelijk werker op de lijst van prioriteiten. Aanleiding hiervoor is het samenbrengen van verschillende praktijken binnen de voormalige kerkgenootschappen. Aan de orde komen opleidingseisen, nascholing, beroepscompetenties, functieontwikkeling, verantwoordelijkheden, afstemming en samenwerkingsvormen tussen beide beroepsgroepen. 

Een aanzet wordt gegeven in april 2005 met het rapport Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon. Profiel van ambt en beroep van predikant. Beroepsprofiel van de kerkelijk werker. Het rapport focust vooral op de opleiding van predikanten. In de synodevergaderingen die volgen, komt dit onderwerp een aantal keren terug op de agenda.

2006 en verder: Pastor in beweging

In november 2006 wordt het rapport Pastor in beweging in de synode besproken. Aanleiding is de financiële situatie van kleine gemeenten en de positie van kerkelijk werkers, hbo-theologen. Kerkelijk werkers zouden graag de mogelijkheid krijgen om - onder voorwaarden - te mogen preken en de sacramenten (doop en avondmaal) uit te voeren. Kleine gemeenten zouden hier ook bij geholpen zijn, omdat zij beter een kerkelijk werker kunnen betalen dan een predikant.

In het rapport wordt geopperd om te verkennen of het mogelijk is het predikantschap open te stellen voor hbo-theologen. Alleen al de suggestie om dit te verkennen stuit op enorme weerstand in de synode. Het rapport strandt.

Het moderamen van de synode besluit het er niet bij te laten. Er wordt namelijk wel breed erkend dat de positie van kerkelijk werkers verbeterd moet worden én dat de financiële nood hoog is in kleine gemeenten. In april 2007 verschijnt als reactie op Pastor in beweging dan ook het rapport Werken in de wijngaard. Dit rapport verwoordt de positie van predikanten en geeft de visie van de commissie op dit vraagstuk weer. Deze keer stemt de synode wel in. Naar aanleiding van dit rapport wordt besloten een stuurgroep ambtsvisie in te stellen om beleid op dit punt te ontwikkelen. Als richtinggevende punten krijgt de stuurgroep onder meer het volgende mee: 

  • Het ambt van predikant staat alleen open voor degenen met een universitaire theologieopleiding.
  • Hbo-theologen die als kerkelijk werker werkzaam zijn in een gemeente dienen een volwaardige plek te kunnen innemen in de ambtsstructuur van de kerk, zo mogelijk door het dragen van enig ambt.
  • Onderzoek of en zo ja op welke wijze de hbo-theoloog onder strikte (nader te bepalen) voorwaarden kan worden toegelaten tot de bediening van Woord en sacrament.

2008 en verder: Kerkelijk werker niet in het ambt, tenzij

In november 2008 presenteert de stuurgroep 'Werken in de wijngaard' het rapport De wissel voorbij, het spoor en de bielzen. Hierin worden 6 uitdagingen en 12 kernbeslissingen aan de generale synode voorgelegd, o.a. over de positie van hbo-theologen. De uitdagingen rond kerkelijk werkers betreffen onder meer hun plek: als vaste adviseur in principe toegang tot alle vergaderingen van het ambtelijke lichaam, maar niet in het ambt van Woord en sacrament. Als ze het werk doen als van een predikant, kunnen ze als predikant-vicaris worden toegelaten tot het ambt van predikant, onder supervisie, maar zich niet ontwikkelen tot basispredikant, behalve bij het behalen van de academische graad in de theologie.

Na de synodebespreking van dit rapport volgt een intensieve gedachtewisseling met diverse geledingen in het land. Op basis van alle reacties legt de stuurgroep vervolgens in april 2009 de hoofdlijnen van beleid voor aan de synode in het veelomvattende rapport De hand aan de ploeg. De volgende twee punten worden aanvaard als uitgangspunt voor verder onderzoek:

  1. Kerkelijk werkers met een afgeronde hbo-opleiding theologie worden in de bediening gesteld. (...) Zij staan niet in het ambt en kunnen geen preekconsent krijgen. Zij zijn werknemer en hebben als vaste adviseur in principe toegang tot alle vergaderingen van het ambtelijke lichaam dat hem/haar heeft aangesteld. 
  2. Kerkelijk werkers met een afgeronde hbo-opleiding theologie, die gezien de plaatselijke situatie gevraagd worden het werk te doen als van een predikant, kunnen worden toegelaten tot het ambt van predikant. Echter pas nadat een traject van geschiktheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden, en homiletische en liturgische bijscholing is afgerond. Zij werken, staande in het ambt, altijd onder supervisie van een predikant-mentor uit de werkgemeenschap. (...) Deze toelating tot het ambt van predikant geldt voor het leven.

2010 en verder: Kerkelijk werker wordt ouderling of diaken ‘met een taak’

In april 2010 wordt de discussie opnieuw opgepakt. Bij de synode ligt deze keer de Voortgangsrapportage inzake Plan van aanpak implementatie en uitvoering van synodale besluitvorming met betrekking tot het rapport ‘De hand aan de ploeg’. Deze wordt deels aanvaard. Maar opnieuw ligt de positie van de kerkelijk werkers lastig. De besluitvorming over de nota predikant-vicaris wordt uitgesteld tot de positie van de hbo-theoloog/kerkelijk werker in breder verband bekeken is en er voorstellen liggen voor de hele beroepsgroep van kerkelijk werkers. 

In april 2011 liggen er twee relevante rapporten op tafel. Een rapport over de positie van de hbo-theoloog/kerkelijk werker en een rapport van de Beleidscommissie Predikanten over loopbaanontwikkeling en differentiatie van het predikantschap. Opvallend is dat in het rapport over de hbo-theoloog wordt vermeld dat het rapport ‘De hand aan de ploeg’ geen verder uitgangspunt voor beleid meer is. 

Na een lang gesprek in de synode wordt het rapport over de hbo-theoloog aanvaard. Kerkelijk werkers die minimaal 12 uur per week in dienst zijn, worden bevestigd in het ambt van ouderling of diaken met een bepaalde taak. Gemeenten ‘in een bijzondere situatie’ kunnen kerkelijk werkers met een preekconsent in het ambt van ouderling bevestigen. Zij krijgen - onder supervisie van een predikant - de bevoegdheid om doop en avondmaal te bedienen, de belijdenis van het geloof af te nemen, ambtsdragers te bevestigen, trouwdiensten te leiden en de zegen uit te spreken.

De nota over de loopbaanontwikkeling en differentiatie van het predikantschap haalt het niet. Sterker nog: in de discussie over dit rapport wordt er een motie ingediend waarin verzocht wordt om een duidelijke ambtstheologie van de Protestantse Kerk te formuleren. Deze motie wordt aanvaard. En eigenlijk begint het gesprek daar opnieuw.

2012 en verder: Nadere bezinning op de ambtsvisie

In april 2012 bespreekt de synode de Notitie over de ambtsvisie in de Protestantse Kerk in Nederland en geeft het moderamen de opdracht tot een nadere bezinning op de ambtsvisie. In de vergadering van november 2013 wordt, als voorbereiding op een notitie, een zogenaamd werkpapier Het ambt in discussie voorgelegd en besproken in de vorm van een open discussie. 

Naar aanleiding van de bezoeken aan gemeenten rond dit thema en de discussie in de synodevergadering van november 2013 besluit de stuurgroep om niet een nota te schrijven, maar een aantal brieven met steeds verschillende adressanten. De brieven geven de mogelijkheid in te gaan op ‘actuele uitdagingen van kerk- zijn’. Zij zijn sterk pastoraal van toon. 

2014 en verder: Kerk2025

In april 2014 volgt een ‘bezinnende bespreking over de zeven brieven over het ambt’. Daarna zendt scriba dr. Arjan Plaisier de verschillende gremia in de Protestantse Kerk en de bisschoppenconferentie een brief over het ambt. Hij vraagt de geadresseerden om op de brief te reageren. Met een drietal reacties van de scriba aan de respondenten (geadresseerd aan de kerkenraden, aan de predikanten en een extra brief aan de kerkelijk werkers) komt in september 2015 een einde aan deze briefwisseling en aan de bezinning op het ambt. 

Ondertussen is in 2014 ook het beleidstraject ‘Kerk2025: waar een Woord is, is een weg' gestart. Hierin worden het gesprek over het ambt, en de brieven en reacties die dat opleverde, nadrukkelijk opgenomen. Vanaf dit moment verandert er echt wat. De functie van classispredikant ontstaat in 2018 en er vinden wijzigingen plaats in de positie van de predikant, zoals rond de mobiliteit.

Zo is het voorstel om het mogelijk te maken dat predikanten en gemeente na 12 jaar, met wederzijds goedvinden, afscheid van elkaar kunnen nemen. Tot nu toe kan dat alleen als de predikant een ander beroep aanvaardt of wanneer de kerkenraad een losmakingsprocedure start. In april 2017 aanvaardt de synode Pijl naar beneden Verder lezenSynode aanvaardt nota 'Naar een cultuur van mobiliteit' de nota 'Naar een cultuur van mobiliteit' die dit mogelijk maakt. Deze nieuwe regeling gaat in 2021 Pijl naar beneden Verder lezenSynode stemt in met 'de 12jaarsregeling' voor predikanten in. 

2018 en verder: Mozaïek van kerkplekken

In november 2018 wordt het rapport ‘Tijdelijke aanstellingen voor predikantswerkzaamheden’ aanvaard als uitgangspunt voor het beleid met betrekking tot de (tijdelijke) inzet van predikanten. Er wordt een voorstel gedaan voor een nieuwe structurering en versimpeling van de regimes waarin tijdelijk predikantswerkzaamheden kunnen worden gedaan, en een voorstel voor het introduceren van de ‘ambulant predikant Pijl naar beneden Verder lezenDienstenorganisatie start met ‘uitzenddominee’’. De kerkelijk werker blijft hier buiten beeld.

In april 2019 bespreekt de synode de nota 'Mozaïek van kerkplekken'. Deze bespreking spitst zich toe op het ambt en de opleiding van voorgangers - predikanten en pioniers - in nieuwe vormen van kerk-zijn. Opnieuw vindt een grote meerderheid dat een bezinning op het ambt vooraf moet gaan aan het nemen van concrete besluiten over de opleiding en het functioneren van voorgangers van nieuwe kerkplekken. Wel wordt mogelijk dat pioniers na een korte opleiding op grond van ordinantie 6-2 preek-en sacramentsbevoegdheid krijgen voor hun pioniersplek.

Een werkgroep gaat aan de slag over vragen rond opleiding, ambt, werkveld en bevoegdheden, en brengt in november 2019 een tussenrapportage uit. Er wordt nu ook aandacht gevraagd voor de positie van kerkelijk werkers die het werk doen van een predikant. Op dat moment wordt ervan uitgegaan dat de definitieve besluitvorming plaatsvindt in de synodevergadering van april 2020. Door de coronapandemie gaat deze vergadering niet door.

2020 en verder: 'Van U is de toekomst'

In de daaropvolgende maanden vinden de synodevergaderingen online plaats. In juni 2020 wordt de visienota 'van U is de toekomst' aanvaard. En in januari 2021 stelt het moderamen - na het peilen van de mening van de synode - het strategisch beleidskader van de dienstenorganisatie vast. Er is veel enthousiasme over de toekomstgerichte beweging die de Protestantse Kerk wil inzetten.

Het gesprek over het ambt is onderdeel van deze beweging. Welke werkers zijn er nodig? Een diversiteit van kerkplekken vraagt om een diversiteit van voorgangers. Naast pioniers zijn nu ook kerkelijk werkers en geestelijk verzorgers expliciet in beeld. De synode bespreekt de gevoelige vragen rond het ambt liever niet online. In juni 2021 is het mogelijk om live te vergaderen en wordt het rapport Geroepen en gezonden besproken. De ambtsvisie zoals verwoord in dat rapport wordt unaniem aanvaard Pijl naar beneden Verder lezenSynode stemt unaniem in met nieuwe visie op het ambt. Tegelijk wordt gevraagd om een nadere verdieping en uitwerking van deze visie en onderzoek naar de situatie van kerkelijk werkers in onze kerk, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dat leidt tot een vervolgopdracht aan zowel moderamen als dienstenorganisatie, waarin is voorzien in zes werkgroepen die in fasen met voorstellen zullen komen. De werkgroep ‘vervolg ambtsvisie' en de werkgroep onderzoek gaan als eerste van start.

In september 2021 aanvaardt de synode Pijl naar beneden Verder lezenGenerale synode aanvaardt unaniem de ‘notitie vervolg rapport ambtsvisie’ de ‘Notitie vervolg rapport ambtsvisie’ als uitgangspunt voor de verdere uitwerking van het rapport Geroepen en gezonden. Ook wordt besloten dat er een onderzoek Pijl naar beneden Verder lezenSynode start onderzoek naar kerkelijk werkers en predikanten naar de positie van kerkelijk werkers plaats moet vinden. Dit onderzoek wordt in de maanden daarna uitgevoerd. In de synodevergadering van april 2022 werden de onderzoeksresultaten Pijl naar beneden Verder lezenGenerale synode denkt na over positie kerkelijk werker gepresenteerd. In juli 2022 praat de synode verder over de ambtsvisie.

 lees verder
 
Wie is Andrew Root?

Andrew Root (1974) is praktisch theoloog en professor in 'Youth and Family Ministry' op het Luther Seminary in St. Paul, Minnesota, VS. In hoog tempo schrijft hij boeken die steeds een snaar weten te raken. Daarin gaat hij uitdagende vragen niet uit de weg en zoekt hij steeds de verbinding tussen kerk, cultuur, samenleving en de verschillende generaties. Bekende (Engelstalige) boeken van Andrew Root zijn Faith formation in a secular age en The end of youth ministry. 

‘Waarom moet jeugdwerk altijd leuk zijn?’

Waarom moet het altijd leuk zijn? Dat is wellicht een herkenbare verzuchting van jeugdouderlingen en andere werkers in de kerk die nadenken over het jeugdwerk in hun gemeente. Het is ook de vraag die Andrew Root zich stelt. Wat is er gebeurd, vraagt hij zich af, dat kerken terecht zijn gekomen in niet minder dan een competitie met sport, muziek en school als het om jongeren gaat? Hij raakt daarmee aan een vraag die ook door veel gemeenten in Nederland zal worden herkend. Hoe leuk moeten we het maken om jongeren nog aan ons te binden? Het gevoel dat je het nooit zult winnen van een voetbaltraining of een Formule 1-wedstrijd, is stiekem steeds aanwezig. 

Kerk in de kramp

De houding van ouders helpt daarbij ook niet echt, zegt Root. Steeds minder is de kerk voor hen het centrum van waaruit je de andere zaken van je leven organiseert. Eerder is het een waardevolle toevoeging in de ontwikkeling van hun kind: boeiend jeugdwerk dat naast hockey en drummen hun telg iets aanreikt waarmee die zichzelf kan verwerkelijken. Tja, zo zou je als tienerleider de moed ook wel een beetje in de schoenen zakken. Maar pas op, waarschuwt Root, want zonder dat je het in de gaten hebt, kan er ook nog iets anders gebeuren. Ongemerkt kan de focus in de kerk op jongeren en jeugdigheid komen te liggen. De afwezigheid of het afhaken van jongeren wordt sluipenderwijs een verlieservaring. Kerk in de kramp. En gaandeweg vergeet je waar het werkelijk om gaat.

Ruimte voor iedereen

Het grotere verhaal dat Andrew Root wil vertellen, gaat verder dan het opnieuw uitvinden van het jeugdwerk. Sterker, je zou je kunnen afvragen of de boodschap van Root misschien zelfs het einde van het jeugdwerk betekent. Zo spannend zal hij het niet bedoelen, maar hij legt de bijl wel degelijk een beetje aan de wortel. Wie constant bezig is met wat er gedaan moet worden om een nieuwe generatie te bereiken en hoe dat georganiseerd moet worden, kan gaandeweg vergeten waarom hij dat eigenlijk doet. Wat maakt ons tot kerk en wat is de plek van jongeren daarin? 

En daarmee zitten we in het hart van de boodschap van Root. Laat het hoe en wat maar even zitten, lijkt hij te zeggen. En bepaal elkaar bij waar het werkelijk om gaat: het zijn van een levende geloofsgemeenschap, waarin geloven actief geoefend wordt. Het mooie is dat er in die gemeenschap ruimte is voor iedereen, oud en jong. Sterker, de aanwezigheid van jongeren kan de geloofsontmoeting op een verfrissende manier verrijken. Wie met een groep van tieners en ouderen een bijbelstudie heeft gedaan, weet hoe de ervaring van de ene groep en de frisheid van de andere, elkaar alleen maar versterken.

Levensverhalen

Zijn we er dan? Een gezamenlijke bijbelstudie als de oplossing om jong en oud te verbinden? Nee, nog niet. Root gaat een stap verder. Want, zegt hij, wat heeft ons kerk-zijn uiteindelijk voor zin als we niet in staat zijn het verhaal van Christus op een concrete manier te verbinden aan onze levensverhalen? Of ietsje scherper: wat heeft die jongere nou uiteindelijk aan die bijbelstudie of die kerkdienst, als hij niet op enig moment de ervaring heeft dat dat oude verhaal van de kerk een actueel verhaal is dat wel degelijk zijn leven raakt? En zo wordt het verhaal van Andrew Root een eerlijke vraag aan onze gemeenten: hoe dicht leven we bij het geheim van de kerk? En lukt het ons om samen met jong en oud vormen te vinden waarin dat steeds opnieuw ontdekt kan worden?

https://andrewroot.org/ 

 lees verder
 
Pasen, met handen te tasten

Pasen is het grootste feest van de christelijke kerk. Het feest raakt het hart van het christelijk geloof. In de natuur breekt de lente door. We zien dartelende lammetjes in de wei en kunnen de bloesem van de bomen met onze handen tasten. Geen fake nieuws maakt dit ongedaan. Met de opstanding van Jezus ligt dit anders. Dit feit gaat ons bevattingsvermogen te boven. In onze wereld gaan graven slechts open voor nader onderzoek, voor een herbegrafenis of om ze te ruimen. Pasen is niet evident. Toch is het met handen te tasten. De eeuwige twijfelaar Tomas ervaart dit als eerste. 

Toewijding en twijfel

Tomas is een van de twaalf leerlingen van Jezus. Hij is een trouwe leerling en volgt Jezus al drie jaar lang. Als het moet, wil hij Jezus volgen tot in de dood. 

De evangelist Johannes, de apostel der liefde, heeft oog voor Tomas. De drie andere evangelisten noemen Tomas alleen maar in het rijtje van de twaalf leerlingen van Jezus. Johannes daarentegen noemt zijn naam zeven (!) keer. Zou het zijn omdat Johannes de toewijding en twijfel van Tomas herkende? 

De naam Tomas betekent tweeling. Niet dat iets erop wijst dat hij er een van een tweeling is. Zijn naam verwijst naar zijn identiteit: een mens met twee zielen in zijn borst. Hij zou zich vast en zeker herkend hebben in het vraagteken en het uitroepteken achter ‘Alles komt goed?!’ Hij wil en zal Jezus volgen, maar waar dit alles op uitloopt en of alles wel goed komt? Misschien loopt de weg van Jezus wel dood in Jeruzalem. 

Eerst zien, dan geloven

De dood van Jezus heeft Tomas geschokt. Hij kan het niet opbrengen om kort na dit gebeuren aan te schuiven bij zijn collega's. Wellicht zit hij die avond alleen thuis. Gevangen in zijn eigen verdriet en rouw. Ik kan me er heel wat bij voorstellen. Soms is het leven zo rauw dat het je verbijstert en je meer dan genoeg hebt aan jezelf. 

Als Tomas die avond anderen hoort vertellen dat Jezus is opgestaan, kan hij het gewoonweg niet geloven. Hij maakt het niet mee. Kribbig antwoordt hij dat hij het eerst met zijn handen moet tasten voordat hij het kan geloven. 

Ik heb geen behoefte om Tomas weg te zetten als ongelovige. Ik weet niet of ik anders gereageerd zou hebben. 

Tomas staat niet alleen

Een week later is Tomas toch maar weer aangeschoven bij zijn collega’s. En Jezus laat het er niet bij zitten. Tot in detail beschrijft Johannes hoe Jezus Tomas opzoekt en een persoonlijke behandeling geeft. Jezus sluit Tomas niet buiten maar roept hem op om zijn handen in de wond in zijn zij te leggen, zodat ook hij kan geloven dat Hij leeft. 

Dit moment is prachtig verbeeld door de Italiaanse schilder Caravaggio. Het volle licht valt op de wond in de zij van Jezus en op Tomas die zijn ogen uitkijkt en met zijn vinger in de wond voelt. Een collega - Petrus? - stuurt zijn hand. Een derde leerling buigt zich om maar niets te missen. 

Het schilderij hangt in de beeldengalerij Von Sanssouci in Berlijn  © SPSG / Gerhard Murza

Caravaggio betrekt de andere twee er helemaal bij. Het kalende hoofd van de derde discipel weerspiegelt het hemelse licht. Tomas staat niet alleen. Hij staat voor allen die het uitroepteken en het vraagteken achter ‘Alles komt goed?!’ herkennen. 

Voor deze leerlingen heeft Jezus, zo vertelt Johannes, extra oog. Hij zoekt hen in het bijzonder op en zegt: kijk maar en voel maar. Pasen is met handen te tasten in de wond in de zij van Jezus. De plek waar een speer Hem doorboorde. 

Vinger op de zere plek

De Opgestane is te herkennen aan Zijn wonden. De Opgestane legt onze vinger op de zere plek, op de lijdensweg die Hij ging. Hij deelt ons leven, onze twijfel, ons falen, onze dood. Zijn lijden en dood zijn ‘het bewijs’ van Pasen. In de wond van Jezus is Pasen met handen te tasten. 

De opstanding van Jezus overschreeuwt twijfel, lijden en dood niet, maar zet het in het perspectief van de Levende die de dood van binnenuit overwint. Die achter ‘Alles komt goed?’ een uitroepteken zet! 

Pasen vraagt om geloof. Om moed om de vinger op de zere plek te leggen, in vertrouwen dat lijden en dood niet het laatste zijn. 

Zie ook het blog ‘Uitgestoken handen’ dat ds. René de Reuver schreef op verzoek van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Heel de aarde jubelt en juicht

Pijl naar rechts
 lees verder
 
Hoe kan de kerk inspelen op zingevingsvragen bij jongeren?

“Zoeken naar de verbinding”

“Ik ben ouderling voor ‘jeugd en gezin’ in een gemeente met een redelijk grote groep kinderen, een handvol tieners, en maar weinig jongvolwassenen en mensen tussen 40 en 60 jaar. Ik heb op mijn werk veel contact met jonge mensen, en ervaar daar hoe zij bezig zijn met zingeving. Ik voer vaak hele discussies over het geloof en de kerk. Het maakt niet uit dat ik wat ouder ben, als je je open en laagdrempelig opstelt en het gesprek aangaat, levert dat waardevolle gesprekken op. Die laagdrempeligheid kan de kerk ook helpen.

Daarnaast denk ik dat we in de kerk moeten zoeken naar de verbinding. De verbinding tussen jongeren en ouderen in de gemeente, want uiteindelijk vormen we met alle generaties samen één gemeente. En de verbinding tussen jongeren en bestaande momenten en activiteiten in de kerk. De laatste vijf jaar hadden we in onze gemeente geen specifieke activiteiten voor de jeugd meer. Maar we hebben wel een aantal nieuwe, jonge gezinnen in de gemeente. Een van die ouders heeft het initiatief genomen om tieners bij elkaar te brengen in een tienerdienst, zodat het niet ophoudt na de kinderdienst. Die tienerdienst vindt eens per maand plaats, en er komen zo’n zeven jongeren op af. Buiten de tienerdienst om zijn we op zoek naar momenten om de tieners ook op andere manieren te betrekken. Bijvoorbeeld bij de organisatie van bijzondere diensten, of door hen op de zondag van de tienerdienst de bloemen te laten bezorgen. Die gaan meestal naar oudere mensen. Mijn ervaring is dat zij het geweldig vinden als er een jong persoon voor de deur staat. Zo hopen we bij meer dingen aan te kunnen haken, je hoeft niet altijd iets nieuws te bedenken. Gewoon proberen, en dan kijken wat wel en wat niet werkt.”Judith Braam, jeugdouderling in de Protestantse Gemeente Vorden

“Interesse tonen en relaties opbouwen”

“Ik begeleid kerken die worstelen met jongeren die vertrekken. Ze willen graag wat doen om hen te behouden of weer in de kerk te krijgen. Ik probeer dat om te draaien in hoe ze betrokken kunnen blijven bij jongeren. In een korte training wil ik ze aanzetten om te kiezen voor een doelgroep waar ze voor willen gaan, aan te sluiten bij netwerken die er al zijn, en aan te haken op waar ze als kerk goed in zijn of een passie voor hebben. Als je als kerk wilt focussen op de 20+-groep en een passie hebt voor bijvoorbeeld klimaat, welke mensen heb je dan beschikbaar die dit met elkaar gaan verbinden? Laat daarnaast kleine initiatieven aansluiten bij grotere. Neem bijvoorbeeld de jongeren die van muziek houden mee naar het Gracelandfestival. Neem jongeren die van Taizé houden mee naar Taizé en organiseer door het jaar heen kleine initiatieven hieromheen. Ik hoorde over een moestuinproject van de Protestantse Gemeente Dronten, opgezet vanuit het initiatief #Durfte Pijl naar beneden Verder lezenMethode #Durfte verbindt jong en oud in de kerk op basis van gedeelde passie dat jong en oud in de kerk op basis van gedeelde passie met elkaar verbindt. Alle generaties werken in die moestuin, er wordt eten uitgedeeld en er wordt samen gegeten. Op zondagochtend wordt een aantal geloofsprincipes in de kerkdienst uitgewerkt, zoals zaaien en oogsten. 

Wat je als kerk in ieder geval moet doen is interesse tonen in jongeren en relaties opbouwen. Een jeugdwerker in Dordrecht had in coronatijd de beste tijd van haar leven. Ze was met jongeren gaan wandelen en had betere gesprekken gevoerd dan ooit. 

Ik ben best hoopvol als het gaat om kerk en jongeren, maar vind het ook spannend welke kerken het gaat lukken om aansluiting te vinden. Kerken van Mozaïek lukt dat vaak beter, zij staan dichter bij mensen en hebben een duidelijker identiteit. De Protestantse Kerk heeft wel een slag te maken.” Corjan Matsinger, religieus trendwatcher en jongerenwerker

“Plek bieden waar je zonder voorwaarden mag komen”

“In mijn gemeente komen ruim honderd kinderen en tieners. Het jeugdwerk is dankzij de jeugdouderling goed opgezet. We zien de laatste jaren wel dat jongeren vanaf 16 jaar minder of helemaal niet meer komen. Corona heeft die ontwikkeling geen goed gedaan. De jeugdouderling heeft een klankbordgroep verzameld van mensen die nadenken over wat goed jeugdwerk is. Momenteel gaat het over de vraag hoe we de 16-plussers kunnen blijven betrekken. Wat heeft deze groep nodig? Welke vragen stellen ze? En wat kunnen wij hen daarin bieden? Maar ook: op welk punt mogen we ze loslaten? We hebben bedacht dat we, net zoals ouderen worden bezocht, ook deze jongeren willen bezoeken. Zodra ze 16 worden, ga ik als jeugdwerker met hen in gesprek. Ik wil weten hoe het met hen gaat, hoe ze in hun vel zitten, in hun geloof, wat ze in de kerk vinden, en wat niet. Ik heb al mooie, persoonlijke gesprekken gehad. Wat ik niet verwacht had, is dat ze allemaal God zoeken. Maar ze vinden Hem niet alleen in de kerk. Als ik vertel dat God ook buiten de kerk naar mensen toekomt, dan hoor ik ze luisteren. Ik denk dat het een verademing voor ze is om dat in de kerk bevestigd te krijgen. 

Voor jongeren is het belangrijk dat de kerk hen ziet, luistert naar hun vragen en hun een plek biedt waar ze zichzelf kunnen zijn. En waar we op een laagdrempelige manier over de Bijbel en het evangelie spreken. Dat is in ieder geval wat de kerk te bieden heeft: een fijne plek waar je gewoon, zonder voorwaarden, mag komen. 

Bij de jeugdvereniging geef ik tieners een rol in verschillende commissies. In het verleden werd altijd veel voor hen geregeld, nu proberen we dat om te draaien. Dat geef hun een gevoel van verantwoordelijkheid: wij maken dit met elkaar. Ze worden er hartstikke enthousiast van.”Wieneke Hollebrandse, jeugdwerker in de wijkgemeente Marekerk in Leiden

Bekijk het studieonderzoek van Jurjen de Groot hier:

Kerk-zijn met jonge generaties

Pijl naar rechts
 lees verder
 
Stille Week: dagen die ons op een indringende manier stilzetten bij de weg van Christus

De wereld staat in brand. We zien beelden van vermoorde mensen op straat, een onafzienbare stroom van vluchtelingen trekt over de wereld, de schepping kreunt en steunt. 

Met Palmzondag begint de zogenaamde Stille Week, de week voor Pasen. Het zijn dagen die ons op een indringende manier stilzetten bij de weg van Christus, omdat ze aansluiten bij de laatste week die Christus doorbracht in Jeruzalem.

Het lijken twee gescheiden werelden. De tijd waarin we leven en alles wat zich daarin aan ons opdringt. En de wereld van het christelijk geloof, waarin we ons in stilte terugtrekken binnen de kerk om ons voor te bereiden op het Paasfeest.

Toch is die tegenstelling schijn. Christus komt juist midden in deze verwarde wereld en toont daarin Gods bewogenheid. 

Palmzondag

Palmzondag is de dag waarop we de intocht van Christus gedenken. Jezus wordt als koning binnengehaald in Jeruzalem. De mensen juichen Hem toe en zwaaien met palmtakken. Nu komt alles goed! Maar let op de manier waarop Jezus de stad binnenrijdt: op een ezel. Zonder wapens en paarden, kwetsbaar en weerloos. Het rijk van Christus is kennelijk heel anders dan de koninkrijken die we kennen, en zijn heerschappij anders dan die van menselijke heersers. 

Witte Donderdag

Op Witte Donderdag viert Christus het Pascha met zijn leerlingen. Daaraan voorafgaand gaat Jezus door de knieën om de voeten van zijn leerlingen te wassen. Opnieuw een beeld van zijn dienende liefde. Tijdens de Paasmaaltijd wordt de uittocht uit Egypte herdacht. Maar Christus verbindt die geschiedenis met zijn eigen levensweg. Door zijn lijden en dood ontstaat een nieuwe weg van vergeving en bevrijding. Daarom wordt in veel kerken juist ook op Witte Donderdag het avondmaal Pijl naar beneden Verder lezenHet sacrament van het Heilig Avondmaal gevierd.

Goede Vrijdag

Goede Vrijdag is de dag van het kruis. Golgotha laat een uitbarsting van geweld zien. Een rechtvaardig mens sterft aan de haat van mensen. In het klein zien we rond het kruis van Christus wat keer op keer gebeurt onder ons mensen. Opvallend genoeg probeert Jezus het geweld niet te sussen of te vermijden. Hij gebruikt op zijn beurt geen geweld om mensen tot overgave te dwingen. Hij draagt het diepste lijden en deelt zo in óns diepste lijden. Door Christus zijn we in schuld, ellende, ziekte en zelfs de dood niet meer overgelaten aan onszelf.

Stille Zaterdag

Op Stille Zaterdag gedenken we dat Christus in het graf ligt. Daar waar al het leven doodloopt. Nooit vergeet ik meer hoe een jonge vrouw in de gemeente waar ik dominee was op Stille Zaterdag zichzelf het leven benam. De wanhoop was haar te groot geworden. Dat is de wereld waarin wij leven. De wanhoop en dood maken zich nog steeds breed. Maar ook Christus is het graf binnengegaan – en Hij is er doorheen gegaan.

Want de Stille Zaterdag loopt uit op Pasen. Het graf is leeg, Christus is opgestaan. Dwars door de dood heen horen we: het komt toch goed. Er is nieuw leven, nieuwe hoop. Lof zij Christus!

Een gezegende stille week gewenst!

O diepe nacht die ons omringt,de wereld in uw duister dwingt,het licht van Christus kleurt de lucht,Hij komt, Hij jaagt u op de vlucht.

De aarde die in 't donker lag,komt in zijn zonlicht aan de dag.Alles krijgt kleur en glans en lichtin 't stralen van zijn aangezicht.

U Christus kennen wij alleen,U zoekt ons zingen, ons geween.Zie ons in eenvoud voor U staan,o Heer, neem onze harten aan.

Zoveel is zwart van kwaad en pijn.Maak door uw licht de wereld rein.O ster die in de hemel staat,verlicht ons met uw licht gelaat.

Aan God de Vader in zijn troon,en aan zijn eengeboren Zoon,zij met de Geest wiens troost ons leidt,de lof en eer in eeuwigheid.

(Lied 599)

 lees verder