|
Scriba Kees van Ekris over twintigers en de kerk: ‘Durf door hun ogen te kijken’
Haar honderdduizenden volgers op Instagram en TikTok konden het van dichtbij volgen. Influencer Widya Soraya (29), die jarenlang in de new age-wereld verkeerde, kwam recent radicaal tot geloof en besloot haar oude leven achter zich te laten. In de podcastserie ‘Widya zoekt God’ gaat ze nu op zoek naar de kern van het christelijk geloof. Wat betekent het om Jezus te volgen? Welke keuzes maak je als je gelooft? En hoe zit het eigenlijk met de kerk? Luistertip: podcast Widya zoekt God9 feb 2026WeerbarstigHet verhaal van Widya lijkt niet op zichzelf te staan. Recente onderzoeken suggereren dat er onder jonge mensen een nieuwe openheid is voor geloof en kerk. Daan Molenaar, conceptontwikkelaar bij de EO, en Paul van der Niet, directeur bij christelijk mediabedrijf NEEMA-Vuurbaak, volgen het soort verhalen als dat van Widya al een tijdje op de voet. Van der Niet: “Sinds corona is het aantal jonge mensen dat op zoek is naar ‘meer’ behoorlijk toegenomen. Dat heeft te maken met verschillende dingen. Jonge mensen ervaren continu de druk van de onlinewereld. De druk om mooi te zijn, om slim te zijn, om de boel goed voor elkaar te hebben. Maar dan blijkt het toch lastig om je studie te halen, om een huis te vinden. Het leven blijkt weerbarstig, minder maakbaar dan gedacht. Dat leidt tot grote teleurstelling.” Daarbij komt dat we niet moeten onderschatten welke invloed de covidperiode heeft gehad op jonge mensen, benadrukt hij. “Veel van hen raakten in een heel bepalende levensfase in een isolement.” Bodemloze putMolenaar ziet dat jonge mensen die openstaan voor een ander verhaal dan het seculiere, via algoritmes in verschillende werelden terechtkomen. “Jonge mannen komen vaak in conservatieve kringen terecht, terwijl vrouwen via Instagram al snel in de esoterische hoek belanden. Ze komen dan in aanraking met spirituele of religieuze ideeën die uitgaan van verborgen kennis of krachten waarmee je als mens de werkelijkheid kan beïnvloeden. Het esoterisme lijkt in eerste instantie best wat te bieden. Het lijkt een manier te zijn om meer inzicht te krijgen in jezelf en in wat er gaande is in de wereld. Maar vervolgens komt er steeds meer een geestelijke component bij. En dan blijkt het esoterisme, als het gaat om spiritualiteit, een bodemloze put. Het blijkt nooit genoeg te zijn. Het idee is: als je maar goed genoeg je best doet, kun je alles bereiken: rijkdom, gezondheid, wat je maar wilt. Je kunt het universum voor je laten werken. Maar als dat vervolgens niet lukt, is het ook echt je eigen schuld. Dat is enorm ongenadig.” Hij hoort regelmatig verhalen van met name vrouwen die na ervaringen met het esoterisme bij het christelijk geloof uitkomen. “Vaak omdat ze een soort Christuservaring hebben gehad, zoals Widya, of juist een ervaring met het kwaad. Het christelijke verhaal – van liefde, van genade - kan dan aantrekkingskracht hebben. Hoewel ik niet direct een enorme revival zie, ervaar ik wel een soort nieuw elan voor het geloof.” TraditieloosIn de podcastserie ‘Widya zoekt God’ gaat Widya onder andere in gesprek met Kees van Ekris, scriba van de Protestantse Kerk. Want hoe zit het met de kerk, als je net tot geloof bent gekomen? Kun je in je eentje geloven, of heb je toch iets van een gemeenschap nodig? In het gesprek vertelt Van Ekris waarom de kerk voor hem zo belangrijk is. “Het geloof heeft een heel persoonlijke kant, en die is belangrijk. Maar er zijn heel wat tijden en momenten geweest dat ik het niet in mijn eentje kon. Dat anderen mij erbij hielden, me inspireerden. Of me juist tegenspraken: wat doe je nu, wat denk je nu? Mijn les is wel dat ik niet in mijn eentje kan geloven.” Van Ekris is onder de indruk van de toewijding van Widya voor de kerkelijke gemeenschap waar ze onderdak gevonden heeft. “Ze dacht aanvankelijk geen gemeenschap nodig te hebben, maar ervaarde toen tóch dat haar een soort verlangen daarnaar werd gegeven. Dat is bijzonder, als je zelf 'traditieloos’ bent. ‘De eerste in de rij’, zoals ze zelf in het gesprek zegt.” GemeenschapservaringWat voor vragen roept dit eigenlijk op voor de kerk, deze hernieuwde openheid van jonge mensen voor geloof en kerk? Van Ekris wil hier de komende tijd graag verder over in gesprek. “Ik denk dat het begint met het besef dat er meer van deze twintigers in onze omgeving zijn dan we denken. Het kan je kleindochter zijn, je collega. Het is belangrijk om met hun blik te durven kijken: als zij in onze kerk over de drempel zouden stappen, wat zouden ze dan voelen, zien en denken?” Openheid voor een jonge generatie kan er op verschillende plekken verschillend uitzien, denkt hij. “Niet elke plek heeft dezelfde opdracht, niet elke dominee hoeft op sociale media te zitten. Wel denk ik dat we kunnen nadenken over de gemeenschapservaring. Hoe kunnen we jonge mensen gelijk het gevoel geven: ‘wat bijzonder dat je hier bent’? Het kan een verademing zijn als er aandacht voor je is. Leeftijdsverschillen vallen dan weg.” Tegelijkertijd zijn jonge mensen op zoek naar méér dan alleen een community of een kop koffie, ziet Van Ekris. “Jong-gelovigen als Widya hebben een sensor voor Geestkracht, voor de aanwezigheid van Jezus. Dat past mooi bij het nieuwe jaarthema van de Protestantse Kerk, over ‘kerk-zijn in het krachtenveld van Christus’. Kunnen we als kerk zo ‘beweeglijk’ zijn dat mensen met verschillende geestelijke ervaringen en geestelijke vragen ruimte ervaren als ze over de drempel komen? Of als ze aan hun moeder of een vriendin vragen: ‘vertel eens over je geloof?’ Ik ben heel benieuwd hoe lokale kerken met dit thema bezig zijn. En ik verwacht dat we hier het komende jaar hele vruchtbare gesprekken over kunnen voeren.” Bekijk hier materialen voor twintigers en dertigers lees verder |
||
|
Ds. Marjolijn de Waal: “We moeten ons richten op wat vreugde geeft”
Hoe ervaar je je roeping?“De liefde voor de kerk heb ik van jongs af aan meegekregen. Mijn ervaringen met lijden in de wereld hebben bij mij het verlangen gewekt om woorden te vinden die recht doen aan het leven op aarde én aan het leven met God. Toen ik 15 was, bezocht ik mijn zus in Moldavië, waar ze in een kindertehuis voor jongens met een handicap werkte. Het contrast met mijn eigen leven was groot; ik werd geconfronteerd met een realiteit waarvoor ik mijn ogen niet kon sluiten. Iemand zei ooit tegen me: dat je je zo kunt laten raken, laat dat je roeping zijn. Langzaam ontdekte ik dat mijn plek in de kerk ligt: een plek waar je recht doet aan het leven op aarde en tegelijk aan wat God daarmee te maken heeft. Waar hemel en aarde elkaar raken.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“De ontmoeting met de gemeente en hun levensverhalen geeft mij energie. Ik mag meekijken, meedelen en verbinden met God. Dat is voor mij belangrijk. Daarnaast heb ik behoefte aan wat ik ‘suddertijd’ noem: momenten waarin mijn agenda niet volgepropt is, zodat er ruimte ontstaat voor stilte, spiritualiteit en creativiteit. Een preek schrijf ik niet in één keer; vaak werk ik er elke dag een uurtje aan, zodat woorden en gedachten kunnen sudderen. Die creatieve ruimte is onmisbaar.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Ik werk parttime en combineer dat met het moederschap, wat soms een zoektocht is. Ik ervaar het moederschap ook als een roeping. In mijn werk merk ik steeds meer dat het niet zozeer om de hoeveelheid uren gaat, maar om hoe je aanwezig bent: kwaliteit boven kwantiteit. Daarop vertrouwen helpt me loslaten dat ik overal altijd beschikbaar moet zijn. Het beeld van de vlinder, dat al sinds mijn 16e met me meegaat, illustreert dat. Een vlinder fladdert, komt en gaat weer. Maar wanneer hij er is, brengt hij luchtigheid en kleur. De cocon geeft ruimte om terug te trekken en daarna weer aanwezig te zijn.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Het pastoraat, de ontmoeting met mensen, en het maken van liturgie vind ik het mooist. Bij het voorgaan voel ik altijd wel een drempel, en toch is het het mooiste wat er is. Zodra ik er sta, denk ik: ja, hier doe ik het voor.” Welke (na)scholing heb je voor het laatst gevolgd?“Ik volgde een jaar lang de cursus Zorg voor de Ziel en verbleef daarvoor zes keer drie dagen in een klooster. Daar kon ik, even weg uit de drukte van het dagelijks leven, tijd nemen voor mijn eigen ziel, om vandaaruit weer te kunnen delen.” Zie je in je werk in de kerk dat Gods Geest aan het werk is?“Dat is een spannende vraag, maar het is zeker zo! Door het bijwonen van de conventies van de charismatische werkgemeenschap ben ik vrijmoediger geworden om erover te spreken en erop te vertrouwen dat de Geest haar werk doet. In mijn vorige gemeente in Weesp had ik pastoraal contact met een vrouw van 95. Ze vertelde dat ze als 12-jarige stiekem naar de kerk was gegaan, tegen de wil van haar vader, en sindsdien nooit meer was weggebleven. Haar verhaal had ze nooit gedeeld, maar ik mocht het tijdens de pinksterdienst met anderen delen. Tegelijkertijd was er een meisje van 14 dat uit zichzelf naar de kerk kwam. Het was bijzonder om te zien hoe de geschiedenis zich herhaalde. Tijdens de doopdienst overhandigde deze vrouw aan het meisje een bijbel. Voor de vrouw zelf was het ook bevrijdend dat haar verhaal nu gedeeld was. Daarin zie ik dat Gods Geest aan het werk is.” Welk boek, welke serie, film of podcast raad je je collega’s aan?“Als voorbereiding op de dienst luister ik altijd naar de podcast Working Preacher van een luthers seminarie in de VS. Drie theologen bespreken daarin de bijbelteksten van het leesrooster. Hun gesprekken helpen mij bij de preekvoorbereiding, omdat zij zich al hebben verdiept in de teksten. Een boek dat mij recent inspireerde is Reclaiming Quiet van de Amerikaanse theologe Sarah Clarkson. Het gaat over cultivating a life of holy attention: leren kijken naar de kleine dingen met een heilige blik en ervaren dat God juist in het kleine aanwezig is. Clarkson schrijft op een doorleefde manier, met aandacht voor ritme en dagelijkse spiritualiteit.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Dat is Psalm 27:14: ‘Wacht op de Heer, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de Heer.’ Dat is een mooie tekst, voor mezelf en voor anderen. We willen vaak te snel oplossingen voor problemen, maar God heeft misschien een ander tempo – en daar kun je op vertrouwen. Dapper zijn heb ik zelf nodig om dingen te doen, maar het geldt ook voor de wereld om ons heen.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“De doop van twee tieners in Weesp liet me beseffen hoe relevant ons werk in de kerk is. Zelfs bij doorgewinterde kerkgangers kan er iets gebeuren wanneer er ineens mensen van buiten willen aansluiten. Daarom is het belangrijk door te gaan, zonder te somberen over de toekomst van de kerk, want somberen doet afbreuk aan de vreugde. Het is veel mooier je te richten op wat vreugde geeft. Zo komt de vreugde terug en kun je blijven geloven in wat je doet.” lees verder |
||
|
Koert Jansen: “Wij maken het voor gemeenten gemakkelijker om te beleggen”
Wat doet een portefeuillehouder beleggingen in de kerk?“Voor de landelijke kerk bereid ik de besluitvorming over het beleggingsbeleid voor. Ik volg de ontwikkelingen van de beleggingsportefeuille van de kerk en onderhoud daartoe contact met de uitvoerders. Recent kwam daar de advisering van plaatselijke gemeenten bij. De kleine synode heeft het beleggingsbeleid van de kerk vastgesteld. Dat leidde tot de instelling van twee fondsen: het Boaz Duurzaam Beleggingsfonds en het Boaz Impact Beleggingsfonds. Deze fondsen zijn nu ook voor plaatselijke gemeenten toegankelijk. Daarmee is mijn functie meer gericht op de behoeftes en vragen vanuit het land. Als belijdend lid van de Protestantse Gemeente Amersfoort ken ik de plaatselijke gemeente van binnenuit. Ik ben voorzitter van de wijkkerkenraad in de Emmaüskerk.” Met welke vragen kloppen plaatselijke gemeenten bij u aan?“Ik word regelmatig gebeld door gemeenten die overwegen te beleggen en hoorden over de Boaz-beleggingsfondsen. Laatst belde een gemeente die haar pastorie voor een miljoen euro verkocht. Dat geld was niet direct nodig, en de vraag was of beleggen een goed idee zou zijn. Ik woonde hiertoe de vergadering van het College van Kerkrentmeesters bij. Mijn eerste vraag was: hoe lang kunnen jullie het geld missen? Zeven, acht jaar? Dan is beleggen een goede optie. Moet binnen drie jaar het dak van de kerk gerestaureerd worden? Dan is beleggen geen goed idee. Ook de hoogte van het beschikbare bedrag is een belangrijke factor. Voor de Boaz-fondsen geldt een minimuminleg van honderdduizend euro.” Hebben kerken zo veel geld dat beleggen een optie wordt?“Er is een beperkt aantal gemeenten dat over belegbaar vermogen beschikt. Maar ze zijn er dus.” Helpt u een gemeente die daadwerkelijk wil gaan beleggen verder?“Dat is niet mijn taak. Daarvoor zijn er de classicale colleges voor de behandeling van beheerszaken, de CCBB’s. Zij houden toezicht op de financiën van de gemeenten in hun classis. Een gemeente die wil gaan beleggen moet goedkeuring krijgen van haar CCBB. Een gemeente moet in een zogenaamd beleggingsstatuut vastleggen hoe ze het bestuurlijk gaat regelen en wat haar beleid is, waar ze wel en niet in wil beleggen. Daar zijn modellen voor beschikbaar op de website van de Protestantse Kerk, waar ik gemeenten op wijs. Ook de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer beschikt over veel deskundigheid.” Best ingewikkeld, of niet?“Klopt, juist daarom is de mogelijkheid geopend om in Boaz-fondsen te beleggen. Kerken met vermogen worden soms bestookt met allerlei beleggingsvoorstellen van partijen van twijfelachtige afkomst. Soms zie je door de bomen het bos niet meer. Google ‘duurzaam beleggen’ en er komen duizenden hits, onoverzichtelijk en niet altijd betrouwbaar.Voor het Boaz Duurzaam Beleggingsfonds is een aantal zaken uitgesloten: tabak, de winning van olie en gas, mijnbouw, wapenindustrie. Daar kun je over discussiëren, voor nu zijn deze keuzes gemaakt. In de resterende sectoren beleggen wij uitsluitend als bedrijven het, in vergelijking met concullega’s, goed doen op het gebied van milieu en sociaal beleid. Wij maken daarbij gebruik van onderzoeksbureaus die bedrijven op deze twee thema’s door de molen halen. Van de bedrijven die daarna overblijven onderzoekt de bank Van Lanschot Kempen welke het financieel het beste doen.” Op deze manier maakt u het gemakkelijker voor lokale gemeenten om te gaan beleggen.“Exact, hiermee ontzorgen wij gemeenten met een fonds dat inhoudelijk en financieel goed in elkaar zit, met een gedegen, deskundig bestuur. Voor gemeenten die een stap verder willen gaan is er het Boaz Impact Beleggingsfonds. Daarvoor geldt het uitgangspunt dat alleen wordt belegd in sectoren met een positieve maatschappelijke impact, zoals duurzame energie, duurzame landbouw en recycling.” Waarom dragen de fondsen de naam Boaz?“Boaz, uit het Bijbelboek Ruth, was een goede rentmeester, een inspirerende figuur. Hij maaide de randen van zijn akker niet, om over te laten aan armen, weduwen en wezen. Boaz ging, net als wij, niet voor maximaal rendement ten koste van alles.” Meer over het Boaz Beleggingsfondsen lees verder |
||
|
Scriba Kees van Ekris: 'Verander het gesprek'
Munther Isaac is een van de stemmen uit een lijdende kerk en van een lijdend volk. Ik heb hem hoog. Het was een voorrecht om tijdens onze reisVerder lezenOntmoetingen in Israël en Palestina: diepe trauma’s, schrijnend onrecht én geloofsmoed toegelaten te worden tot het innerlijke leven van veel Palestijnse christenen. We hoorden over de ondraaglijke vernederingen, de doden, de woede. Het raakt me om te horen dat er in verschillende media nu het beeld is ontstaan alsof we niet geluisterd hebben. Dat neem ik ter harte. Ik heb Munther Isaac persoonlijk geschreven om dit te zeggen en om sommige dingen uit te leggen. Ik ga dat niet publiekelijk doen. Discussies in kranten en fitties op social media brengen ons niet verder. Ik kan wel een paar dingen verhelderen. Het is onjuist te suggereren alsof Palestijns leed en onrecht toegedekt worden. Mijn eerste scribabriefVerder lezenBrief van de scriba - Moed in oktober ging over het onrecht aangedaan aan Palestijnen: over de verwoesting van de infrastructuur van Gaza, de dood van duizenden mensen, de schending van mensenrechten, de assymetrie van de macht. Die werkelijkheid heb ik geprobeerd te beschrijven. Uniformiteit in al die stemmenMijn eerste reis was naar Israël en Palestina. Dat was een teken van respect. Tijdens het synodegesprek (zie video) in onze kerk heb ik verteld over de Westbank, over hoe een systeem in wording is, juridisch en van beton, die Palestijnse bewoners van hun land verdrijft en daarmee een existentiële dreiging vormt voor hun bestaan in het land. Als er serieuze aanwijzingen zijn voor genocidaal geweld in Gaza, en die zijn er, dan is er horror gaande. In politieke en diplomatieke sfeer hebben we dit geagendeerd en dat blijven we doen. Tekst loopt door onder video Ik kan nog wel meer noemen, maar dat helpt ons niet verder. Op onze reis door Israël en Palestina hebben we veel stemmen gehoord. We zijn op meerdere plekken geweest en we hebben een diversiteit aan stemmen gehoord. Maar er is een bepaalde uniformiteit in al die stemmen, die ook onze drijfveer zou moeten zijn. Het is het verlangen naar veiligheid en recht. Ik weet niet of de meeste mensen deugen, maar ik weet wel dat de meeste mensen veiligheid willen. We hebben het non-stop gevoeld: de angst. Van een Palestijnse moeder die vertelde dat haar zoon niet meer een rondje in de buurt durft te fietsen, bang om kolonisten tegen te komen die hem mishandelen of vermoorden. De angst van Joodse moeders en dochters over de gevolgen van de opleving van antisemitisme en over de innerlijke demonen die door 7 oktober weer springlevend zijn geworden. Zijn wij veilig in deze wereld? Begrijpen van de bestaanservaring van de anderVoor de goede orde: het gaat me er niet om de verschillende stemmen gelijk te stellen. Het gaat niet om symmetrie. In Gaza en op de Westbank is er militaire, financiële, juridische en technologische asymmetrie, en dat maakt het conflict zo gevaarlijk en dodelijk. Juist daarom moet degene die asymmetrisch veel macht heeft, aangesproken worden op de verantwoordelijkheid die dat geeft. Waar het mij om gaat is dat je iets moet begrijpen van de bestaanservaring van de ander, van de traumatische angst die zorgt voor verharding en geweld. Waarom denk je dat het Rossing Center een programma heeft over ‘Healing Hatred’: omdat we bij de angst en de haat moeten komen om een beweging te maken die het geweld stopt en hopelijk enige toenadering en verandering creëert. Dáár is het om te doen. Dáár is iedereen bij gebaat. De veiligheid van de een heeft te maken met de veiligheid van de ander. “Het heeft geen zin om onvruchtbare, harde gesprekken te voeren die tot niets leiden dan tot verdere verharding.” Het pleidooi dat wij van veel stemmen hoorden is juist daarom: change the conversation. Word onderdeel van een andere omgang met elkaar. Het heeft geen zin om onvruchtbare, harde gesprekken te voeren die tot niets leiden dan tot verdere verharding. De mensen die ons deze termen leerden, een Palestijnse en een Joodse vrouw, waren fel op dit punt. Zij proberen een andere plek te creëren, een brave space, waar je als Palestijn (seculier, moslim of christen) en Jood (seculier of religieus) iets opbouwt dat een tegengeluid is. Zij worden door radicale stemmen om hen heen agressief bejegend. Juist zij zeiden tegen ons: ‘Het heeft geen zin om met theologische, ideologische of morele hooivorken klaar te staan om de ander te intimideren en te kleineren.’ Die weg helpt niet om te komen tot wat wij nu moeten doen. Daarom: change the conversation. Doe iets, hoorde ik vaak, waardoor je juist met de ander, die misschien wel je tegenstander is of je vijand, contact maakt, luistert, argumenteert. Natuurlijk: probeer de ander te overtuigen, doe een appel, word woedend of treurig, maar zonder elkaar komen wij hier niet uit. Zonder elkaar werkt het gif van de haat door. En dat beschadigt iedereen dieper. Dat is een zelfkritische vraag voor iedereen die zich hierover uit: doe ik mee aan de haat? Hoe stop ik de haat? Volwassen conversatieZoek naar een weg die hierbovenuit gaat, hoorden we als opdracht. Zonder onrecht te verzwijgen. Natuurlijk niet. In de echte, soms heftige maar steeds oprechte gesprekken die wij gevoerd hebben, zijn alle grote begrippen, en alle grote werkelijkheden achter die begrippen, op tafel geweest: genocide, apartheid, etnische zuivering, de angst dat het Palestijnse christendom verdwijnt, verdreven wordt, antisemitisme, Hamas, Iran, de ander willen vernietigen. Benoem dat allemaal in die macabere diversiteit. In een volwassen conversatie kan dat. De intentie van die conversatie is steeds: recht, veiligheid, gemeenschap, het hervinden van een perspectief om met elkaar te leven. Er zijn meerdere wegen om aan gerechtigheid te werken. Change the conversation is niet change the subject. Het gaat om gerechtigheid, en om met elkaar leven. Zo veel mensen, op zo veel plekken, zag ik op onze reis, willen daar dagelijks aan werken, op heel verschillende manieren. Ik heb door deze reis een diepere liefde gekregen voor concrete plekken en concrete mensen die, midden in de horror, de harde, weerbarstige weg gaan van het dagelijks zoeken naar recht en vrede in verbinding met elkaar. Terwijl ik dit schrijf, hoor ik dat het leger van de Verenigde Staten en Israël, Iran hebben aangevallen. Toen wijzelf daar waren, dreigde dat al. De noodtoestand is in Israël uitgeroepen. Dit zal opnieuw veel doen aan het klimaat van de angst. Er zal meer geweld komen, ik vrees in allerlei vormen. Het recht en de veiligheid van gewone mensen staat nog meer op het spel. Ik heb dit geleerd: als geweld toeneemt, heb je netwerken nodig van mensen die elkaar vertrouwen, elkaar informeren, voor elkaar opkomen en voor elkaar bidden. Die weg hebben wij ingezet als kerk en die weg zullen we vervolgen. lees verder |
||
|
Ds. Kees Jan Rodenburg: "Als kerk moeten we pleitbezorger van vrede zijn"
Hoe ervaar je je roeping?“Voor mij begint roeping bij het besef dat je deel uitmaakt van een groter geheel, het koninkrijk van God. Het is een innerlijk weten dat je uitnodigt een rol of verantwoordelijkheid op je te nemen en iets te kunnen betekenen binnen een gemeenschap die God vertegenwoordigt. Steeds opnieuw dienden zich momenten aan waarop ik voelde: dit is een stap die ik in vertrouwen mag zetten. Het gaat niet om mezelf, maar om hoe ik God kan dienen op deze plek. Als hoofdkrijgsmachtpredikant betekent dat een dienende rol voor zo’n 45 geestelijk verzorgers: hun persoonlijke zorg handen en voeten geven, zoeken naar onze opdracht en hoe we die samen vormgeven. Tegelijk zijn we een schakel tussen de militaire wereld en de kerk. Ik hoop gesprekken met kerken te initiëren en hen te stimuleren: niet alleen nadenken over oorlog en vrede, maar ook concreet hulp bieden aan militairen, bijvoorbeeld door gebed of praktische steun aan hun gezinnen als zij in het buitenland zijn. Kerken kunnen daarnaast ook een belangrijke rol spelen tijdens een eventuele crisis, bijvoorbeeld door nu al water en hulpgoederen in te slaan. Zo kunnen die twee werelden dichter bij elkaar komen staan.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Twee dingen: collegialiteit en spiritualiteit. Samen optrekken met anderen, elkaar inspireren, maar ook de dag beginnen met rust, inkeer en stilte. Een bijbeltekst lezen geeft een gevoel van verwachting en openheid. Samen optrekken is belangrijk, omdat ons werk in de militaire wereld vaak individueel is, in omstandigheden waarin niet altijd duidelijk is wat onze rol zal zijn. Juist omdat we soms alleen werken, is het van groot belang om te ervaren dat we dit niet alleen doen.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Ik probeer mijn werk van tijd tot tijd te relativeren. Focussen op waardering kan teleurstellen, maar werken vanuit vertrouwen geeft rust. De dag beginnen met een open houding maakt een kort gesprek van vijf minuten al waardevol. Daarnaast doe ik naast werk ook andere dingen: wandelen, kunst bekijken, musea bezoeken en vrijwilligerswerk. Zo doorbreek je de focus op werk en ontdek je dat er ook elders veel waardevols gebeurt.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Ik vind het mooi om op een kazerne of tijdens een oefening in Europa tussen militairen te lopen en de spanning te voelen: wat gaat er nu gebeuren? Ga ik iets horen, gaat er iemand naar me toe komen? Welke gespreksonderwerp wordt aangekaart? Vaak onderhoud je contact met mensen die je al eerder hebt gesproken. Soms komen grotere persoonlijke zaken aan het licht, zoals problemen thuis. Het gaat vaak om persoonlijke begeleiding: hoe kan iemand zich herpakken, welk ‘huiswerk’ is er voor hen, en hoe kan ik helpen bij concrete stappen? Daarbij speelt levensbeschouwing ook een rol: hoe iemand in het leven staat, zie je terug in hoe hij of zij de rol vervult. Begrip hebben voor jezelf blijkt vaak de sleutel om weer verder te kunnen.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“Ik volgde een jaaropleiding Geweldloze (verbindende) Communicatie. Daarbij leer je te onderzoeken welke behoeften er achter woorden en emoties schuilgaan. Het vraagt empathie, je kunnen verplaatsen in de ander én het helder verwoorden van je eigen behoeften. In de militaire wereld is deze manier van communiceren niet vanzelfsprekend, maar het is vaak een eyeopener: achter heftige emoties blijken menselijke behoeften te zitten. Wie anders leert communiceren, bereikt vaak meer dan verwacht.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Dat is een lastige vraag, omdat het suggereert dat je Gods Geest aan bepaalde tekenen kunt aflezen. Zelf denk ik dat de Geest overal aanwezig is, ook in mensenlevens. Bij Defensie zie ik creatieve krachten in hoe mensen naar elkaar omzien, elkaar aanmoedigen en steun bieden; dat kan een uiting zijn van die kracht. Of het Gods werk is, weet ik niet precies, maar het verbindt mensen op manieren die eigenlijk niet te verklaren zijn. Verder geloof ik dat de Geest wereldwijd actief is, en ik haal veel troost en moed uit de wereldwijde kerk, waar zoveel leven te vinden is.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Door mijn tijd in Israël ben ik vaak bezig met de Joodse bijbelexegese, onder andere via het werk van Avivah Zornberg. In haar commentaren, ik lees nu een boek over Mozes, laat zij zien hoe geloof samengaat met groeien in verantwoordelijkheid nemen voor je eigen rol in de wereld. Zeer aanbevolen.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Dat is geen tekst, maar het lied Nada te turbe uit Taizé. Een bekend, meditatief lied op een gebed van Teresa van Ávila: ‘Laat niets je verontrusten, laats niets je beangstigen. Wie God heeft ontbreekt het aan niets. God alleen is genoeg.’ Op cruciale momenten klinkt het in mijn hoofd en denk ik: als het erop aankomt, is dit wat me vasthoudt.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Ik hoop dat we als kerk onze ogen openen voor wat er in de wereld gebeurt en ons daar actief mee bezighouden. Concreet betekent dit nadenken over vragen rond oorlog en vrede, met elkaar in gesprek gaan over onze rol hierin en over hoe we pleitbezorgers van vrede kunnen zijn. Belangrijk is dat we ons voorbereiden op wat kan komen, ons vizier op vrede blijven richten, en tegelijk stevig verankerd blijven in wat ons ten diepste draagt: de liefde van Christus.” lees verder |
||
|
Brief van de scriba - vasthoudendheid
Geachte collega’s, Begin februari vond er een inspiratiedag voor geestelijk verzorgers plaats. Met 150 collega’s luisterden we naar Michelle van Tongerloo, de Rotterdamse straatarts die verbonden is aan de Pauluskerk. Anderhalf uur lang vertelde ze over haar leerweg van de afgelopen jaren. Dat klinkt wat abstract, terwijl het fysiek is en geestelijk. Ze vertelde over mensen en over systemen. Over concrete fysieke nood, etterende wonden, erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden, systemen waar mensen in nood niet in passen en die hen buitensluiten. Systemen van verzekeringen, registraties, documenten en artsenopleidingen. Je kunt er dood aan gaan. Letterlijk. “ ‘Ik verplicht me tot jouw nood’” Straatarts Michelle van TongerlooWat mij raakte was haar vasthoudendheid. En ook het onconventionele van haar aanpak. ‘Ik verplicht me tot jouw nood’, hoorde je haar zeggen tegen mensen op haar spreekuur. ‘Ik ga voor je bellen, ik ga voor je pleiten, ik ga ruzie maken, ik ga je wonden laten zien zodat mensen schrikken, als het moet zet ik een crowdfunding voor je op en je krijgt sowieso mijn mobiele nummer voor als het niet meer gaat.’ Je voelde aan alles dat dit meer dan een baan voor haar is. Er was die morgen een mens aan het woord die de noodkreet van een ander tot haar door liet dringen als een roeping. Iemand die vragen stelt over onze samenleving, vragen over waar wij aan wennen. Aan zichzelf, aan haar beroepsgroep, aan mensen met macht. Iemand die bereid is tot het uiterste te gaan. Onstuimiger communicerenHet zette mij aan het denken over de kerk. Ik denk dat er op veel plekken in ons land collega’s zijn die ook tot het uiterste gaan. Die als pastor in een instelling, als pionier of als dorpspredikant, zich verplichten tot de mensen die God op hun weg brengt. Die pastorale, intellectuele, organisatorische en geloofsenergie inzetten voor anderen. Die op een eigen manier ook gewond kunnen raken, en moe, soms woest, soms op. Ik denk dat we als kerk heel dicht op dat soort energie moeten zien te komen. Dat we die energie moeten laten zien aan elkaar en aan onze tijd, deze moeten eren en ervan leren. Dat die energie door moet stromen in het beleid van de kerk. Dat de kennis van al de verschillende collega’s ontsloten moet worden en omgezet in taal en in inventiviteit waar anderen wat aan kunnen hebben. Er is leven genoeg in de kerk. Kunnen we in het beleid van onze kerk dichter op de energie komen die ik voelde op deze morgen? We leven te midden van een volk waarin op de een of andere manier veel gaande is. Veel onrust, veel eenzaamheid, veel onbestemdheid, veel hardheid, veel vreemde goden die mensen uitputten. Zouden we, in plaats van abstracte taal voortbrengen en nog eens een paar gedachten formuleren over secularisatie en toekomstige kerkmodellen, niet onstuimiger moeten communiceren aan mensen om ons heen: Ik ga voor je bidden, ik ga voor je exegetiseren, ik ga iemand voor je bellen, ik ga mijn positie gebruiken om voor je op te komen, ik mobiliseer onze gemeenschap omdat ik denk dat je er een thuis kunt vinden. Als het moet zamelen we geld voor je in, of zorgen we voor bed, bad en brood. We spreken de discriminatie waar jij onder lijdt tegen. Jij kunt van ons op aan! Gezamenlijke geloofsenergieAls we het in de kerk hebben over de ambtsdiscussie, over predikanten, pastores en kerkelijk werkers, dan is dat voor een deel een technische discussie die gaat over arbeidsvoorwaarden, opleiding en de doordenking van een transitie. Dat doet ertoe en dat proberen we zorgvuldig te doen. Maar waar het om gaat is dat we werken aan een gezamenlijke geloofsenergie die versterkend en aanvullend werkt. Dat we vanuit verschillende talenten en soorten roepingen met elkaar een bepaalde energie uitstralen en beleven. Dat we zo ook door elkaar gestimuleerd worden en iets voelen van de gezamenlijke geloofsroeping die ons drijft. Juist als je zo’n dag meemaakt met al die heel verschillende collega’s waar je voelt dat een geloofsvuur ons drijft, krijg je zelf ook iets van die energie mee. Annemarie Roding, die met haar team de dag organiseerde, vroeg me of ik een overdenking wilde schrijven. Het ging in die dagen in het leesrooster over de Bergrede en wat het betekent om ‘zout van de aarde’ genoemd te worden. Het kwam voor mij op een wonderlijke manier bij elkaar. De toewijding van Michelle van Tongerloo, het gezamenlijke gevoelen met veel collega’s dat haar bijdrage iets in ons aanvuurt van waaruit wij ook leven en werken, en die schitterende tekst van de Bergrede. Mijn overdenking is onderaan deze brief te lezen. “Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak.” Ds. Kees van EkrisWeerbaarheidTrouwens, de week daarna was ik te gast bij de Marekerk in De Meern. Collega Annemarie Six-Wienen had een avond georganiseerd over ‘weerbaarheid’. Het is een groot thema voor de overheid: mentaal en praktisch burgerbewustzijn. Wat doen wij als de infrastructuur van energie/elektriciteit, geldstromen en internet gesaboteerd worden en wij als samenleving op zwart gaan? Annemarie had Beatrice de Graaf uitgenodigd, haar broer, burgemeester Jos Wienen, en mij. Zomaar 200 mensen doken op in de kerk en waren benieuwd naar verhalen over wat het betekent om mens te zijn als de nood misschien toeslaat en we elkaar nodig blijken te hebben. Plotseling blijkt de kerk een gemeenschapsruimte te zijn van reflectie en bewustwording. Ook een plek waar iets bewaakt wordt, als het gaat caritas, certitudo en communicatas. De avond sloot voor mij aan bij de energie die ik eerder voelde bij de geestelijk verzorgers. Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak. Wij zijn een van de levende gemeenschappen in onze cultuur die leven vanuit een geloofsovertuging, en die stellen we graag beschibaar. Laten we eens samen kijken wat we aan elkaar kunnen hebben, als overheid, als cultuur, als dorp. Later zag ik dat het CIO, het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, een handreiking heeft opgesteld voor de vragen rond weerbaarheid. Je zou het eens in een kerkenraadsvergadering of tijdens een werkgemeenschap kunnen bespreken. Wat is het eigene van wat wij als kerk in deze tijd vol deining beschikbaar kunnen stellen? Ik schrijf je deze collegiale brief in het begin van de vastentijd. Dat is een bevoorrechte tijd in de kerk, vind ik. Elk jaar wordt onze inwijding in het geloofsmysterie van Jezus Christus verdiept, en ontvangen we tijd voor contemplatie en versobering. Ik denk dat de thema’s van toewijding, geloofsenergie en weerbaarheid alles te maken hebben met de geloofsthema’s waaruit wij leven: sterven en opstaan, verzoening, en de weg van de vrede. Hoe dieper deze inwijding, des te meer de vreugde bewaakt wordt in ons leven. En hoe dieper de vreugde, des te bruikbaarder we zijn in een tijd vol schreeuwers. Met collegiale groet Kees van Ekris, scriba Overdenking bij Matteüs 5,13-16: Jullie zijn het zoutDe Bergrede opent met Jezus die ‘de schare’ ziet. De schare is die grote menigte van mensen die verbonden zijn in hun rafeligheid en hun onbestemde verlangens. Jezus heeft hen op het oog, Hij is een man van de straat. Elke dag heeft Hij wel een ontmoeting met iemand van die schare. Met het oog op hen ‘klimt Hij op een berg’. Dan begint de toespraak die de eeuwen door mensen heeft geïntrigeerd en bezield. Een heel aparte groep mensen, leerlingen, wordt zaliggesproken: zij die treuren, zachtmoedig zijn, hongeren naar gerechtigheid, zij die ontfermers zijn, vredestichters, bereid om te lijden en vervolgd te worden. Waarom? Wat is het geheim? ‘Jullie zijn het zout van de aarde’, zegt Jezus. Boeiende vraag voor vandaag: zie je jezelf als zout op jouw werkplek? Wat wordt ermee bedoeld? Zout heeft in ieder geval drie betekenissen. Het speelt een rol in de theologie van het verbond, van het offer, en het is bederfwerend. ‘Elk offer’, staat in Leviticus 2, ‘zul je zouten met zout, het is het zout van het verbond met je God.’ Jullie zijn zout. Jullie zijn een zichtbaar teken voor de schare van het verbond dat God in Jezus Christus heeft gesloten met deze wereld. Dat teken moet zichtbaar zijn voor de ogen van de mensen. Zonder dat signaal, dat teken, voelt de wereld zich beroofd van verbond en van verbinding. Daarom, denk ik, moeten jullie dicht bij het verdriet blijven, bij de armoede, bij de rafeligheid, bij het onrecht. Daarom moet je vol ontferming zijn, zodat je leven voor deze concrete mensen een signaal is van het verbond en van verbinding. Zie je jezelf als zout op je werkplek? Ben je een signaal, een teken dat mensen zich opgenomen voelen in verbinding met God? Zout is ook bederfwerend. Wie zout is, wiens werk, wiens persoonlijkheid, wiens roeping gezouten is, die werkt mee aan het behoud van de wereld. De tijden waarin wij leven hebben een sterke uit elkaar vallende trek. Het bederf zit in de dingen. Mensen worden uit elkaar getrokken, verschillen worden geaccentueerd, hardheid is everywhere. Deze wereld ziet weinig allure in mensen die tijd hebben voor verdriet, voor zachtmoedigheid, voor de wil tot vrede. De wereld lijkt soms geëquipeerd voor brutale, nietsontziende mensen. Er zit iets tirannieks in onze tijd. Een doodsdrift, zei Jacques Ellul. Wie belichaamt het signaal van de verbondenheid van God en mensen en van mensen onderling? Jullie, zegt Jezus tegen zijn leerlingen, jullie zijn het zout van de wereld, jullie gaan het bederf tegen doordat je anders kijkt en denkt en doet. Ik las vorige week (ik was grieperig en had behoefte aan een zacht boek) flarden van de biografie van ds. J.H. Gerretsen, een oude hofprediker aan het begin van de vorige eeuw. Hij was een bevlogen theoloog, hij leefde in de sfeer van J.C. Blumhardt, die wonderlijke evangeliegetuige die zowel radicaal sociaal als radicaal evangelisch was. Gerretsen stierf jong, na zeven inktzwarte jaren vol depressie. Zijn zoon schreef over hem: ‘Er was een sfeer van werende liefde om mijn vader heen, wij leefden thuis binnen de kring van de bescherming van mijn vader. De wereld werd een beetje geweerd door hem, en wij voelden de bescherming daarvan in ons gezinsleven.’ Zou dat ‘zout’ zijn: mensen van verbinding, mensen die leven vanuit het verbond van God met ons mensen en met de dieren, mensen die de krachten afweren die dat willen vernielen. Wat heb je een bevoorrechte roeping als er ‘werende liefde’ in je is, waardoor mensen zich om jou heen een beetje beschut voelen. Op deze bijzondere inspiratiedag voor geestelijk verzorging zijn dat stimulerende gedachten. Hoe werk je mee aan het behoud van deze wereld, aan het bederfwerende? Hoe ben je een geestelijk signaal van verbond en verbinding? Daar hebben we steeds weer inspiratie voor nodig, roeping, anderen ontmoeten waarin je het een beetje ziet en voelt. Het valt mij op dat de Bergrede in het meervoud spreekt: een gemeenschap wordt aangesproken. Jullie. En het valt me op dat het om zichtbaarheid gaat: het moet zichtbaar worden wie jullie zijn vanuit Jezus. Jezus wil dat het gezien wordt, dat het ervaarbaar is, dat het de straat op gaat, en dat het belichaamd wordt. Dat past bij een dag als deze. Een grote groep pastores wordt zichtbaar. Kijk om je heen. Je ziet elkaar, en je kunt je aan elkaar optrekken. Als kerk trekken we ons ook aan jullie op. Er is zoveel gaafheid in onze kerk, onder zoveel soorten mensen, maar we gaan er zo gebrekkig mee om. Het lukt zo slecht om die kennis en die kunde te bundelen en te laten stromen. Dit is ook een dag om dat te erkennen, dat jullie in je roeping en in je toewijding te weinig gezien zijn en te weinig erkend. Je zult je vaak alleen voelen en in de steek gelaten. Dit is een dag om dat uit te spreken en om een andere beweging in te zetten. Hoe gaaf zou het zijn als op weg naar een nieuw visiedocument de kennis van de straat, de kennis van tranen, de sensitiviteit naar de tirannie die zich ontwikkelt, doorstromen in het beleid van de kerk? Geestelijk verzorgers zijn kenners van de sounds of existence, zij zijn daarbij in de buurt. Zij kunnen dat verwoorden, zij zitten op de huid van de tijd, in de zorg, in de psychiatrie, in de krijgsmacht, in de jeugdzorg. De Bergrede opent met Jezus die de schare ziet. Dat zou het opschrift boven alle kerkelijk beleid moeten zijn: Dit is wat wij zien en wie wij willen zijn met het oog op de schare. De inspiratie om ‘mens van de Bergrede’ te willen zijn, en steeds weer te worden, is geen luxe. Wij slijten aan de tijd en daar moet je je niet voor schamen. Het mens-zijn van Jezus in deze tijd zorgt ook voor verwondingen. Je moet zelf ook verzorgd worden door iemand die halthoudt bij jouw tranen of het onrecht dat je verdragen moet. De inspiratie waar het vandaag over gaat heeft daarnaast ook iets van een rebellie. Paul Kingsnorth, de activist en de denker die zo verontrust is over onze wereld, over de machine die door de tijd raast, schreef: Rebellion is necessary if we are to remain human at all. We have to construct a border around humanity. Het is keihard werken en rebels nee zeggen om mens te blijven en om menselijkheid te blijven bewaken. Het is rebels om in een tijd van welvaart, haast, haat en zelfgerichtheid te blijven luisteren naar de schreeuw die je hoort, en die schreeuw beleven als een roeping. Nijkerk, februari 2026 lees verder |
||
|
Ds. Margo Jonker: “We waarderen erkenning voor onze lutherse identiteit”
Als synodepresident is Jonker (1966) voor 20% aangesteld ten behoeve van het werk van de lutherse synode, een landelijke taak. Daarnaast is voor 80% gemeentepredikant in de Evangelisch-Lutherse Gemeente Zwolle. De lutherse synode zet zich in om binnen de Protestantse Kerk in Nederland de lutherse traditie bekend en levend te houden. Wat doet een president van de evangelisch-lutherse synode?“Samen met vicepresident ds. Willy Metzger zit ik de lutherse synodevergaderingen voor, twee keer per jaar. Wij bereiden de vergaderingen voor en werk dat eruit voortkomt voeren we in overleg uit. Er is een synodale commissie, een soort dagelijks bestuur, die eens per vijf weken bijeenkomt. Het geheel wordt ondersteund door een secretariaat.” Hoeveel lutherse gemeenten zijn er?“Er zijn momenteel 23 lutherse gemeenten, met bijna allemaal een eigen gebouw. Dat zijn veelal kleine gemeenten met een grote drive en werkkracht om de gemeente levendig te houden. Dat vraagt veel van mensen, het is niet altijd gemakkelijk. Daarnaast heeft de lutherse synode de taak om binnen de Protestantse Kerk de lutherse traditie kenbaar te maken en te bewaren en haar spiritualiteit dienstbaar te maken aan het geheel van de kerk. De lutherse synode heeft een krachtige plek in haar kerkorde.” Welke vragen leven er in lutherse gemeenten?“Veel gemeenten zeilen in onbekend vaarwater: hoe ga je om met krimp, hoe kunnen we met weinig mensen doen wat nodig is? Het is goed om te weten dat je niet voortdurend zelf het wiel hoeft uit te vinden: je kunt een beroep doen op hulp en deskundigheid vanuit de dienstenorganisatie. Ik denk dat de dienstenorganisatie zich meer bewust wordt van wat er leeft in kleine gemeenten met specifieke vragen. Zeker kleine gemeenten, zoals de lutherse, hebben behoefte aan maatwerk. Lutheranen vinden het fijn als ze herkend en erkend worden in hun lutherse identiteit. Dat geldt overigens voor meer gemeenten met een eigen karakter. Het gaat om iemand die vanuit jouw perspectief meedenkt over wat te doen in jouw specifieke situatie.” Wat is er bijzonder aan vragen vanuit lutherse gemeenten?“In lutherse gemeenten speelt wat in alle kerkelijke gemeenten speelt: hoe kunnen we kerk zijn in deze tijd, mensen helpen te geloven, te dienen, te leven. Daarnaast zijn lutherse gemeenten meestal klein tot zeer klein, en karakteristiek. Sinds de fusie in 2004 zijn lutherse gemeenten deel van de Protestantse Kerk in Nederland. Er zijn plaatsen waar een lutherse gemeente zelfstandig is blijven bestaan. Op andere plekken gingen lutherse gemeente samen met een protestantse gemeente, zoals in Breda en Almere. Lutherse gemeenten hebben altijd aandacht voor de klassieke liturgie en kerkmuziek. Dat is een gave van de traditie die rust en herkenning geeft, en ruimte biedt aan verdieping en creativiteit.” Weten lutherse gemeenten de dienstenorganisatie te vinden?“Sommige gemeenten denken er niet direct aan om een vraag te stellen aan de dienstenorganisatie. Ik had dat als gemeentepredikant ook: ‘We lossen het zelf of samen wel op.’ Ik ontdekte dat het fijn is als een complexe vraag overzichtelijk beantwoord wordt door iemand die goed bij informatie kan komen. Gemeenten aarzelen soms om met een vraag bij zo’n grote organisatie aan te kloppen. Ik ben vast niet de enige die afstand ervaart. Ik hoop dat kerken de dienstenorganisatie kunnen vinden. Dat gemeenten geholpen worden met antwoorden op grote en kleine vragen en op maat gegeven adviezen. We waarderen het als er erkenning is voor onze lutherse identiteit.” Waarmee hielp de dienstenorganisatie de lutheranen in Zwolle?“Wij maakten gebruik van het programma Veilige Kerk dat kerken helpt om een veilige gemeente te zijn. Het biedt een programma dat helpt grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en aan te pakken. Het helpt dat de landelijke organisatie een stap voor is op wat gemeenten moeten doen en dat die informatie beschikbaar is voor lokale gemeenten.” lees verder |
||
|
Luther en het vasten
Het vasten als religieuze praktijk in het vroege christendom is overgenomen en aangepast vanuit de joodse traditie. Maar wat vond Luther er later van en wat zei hij daarover? Ik las een gedeelte uit zijn preek over Matteüs 6,16-18* waarin het volgende staat: "Wanneer jullie vasten, doe dan niet als de huichelaars met hun sombere gezichten, want zij vertrekken hun gezicht om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen."** Bedrieglijke vormOver de praktijken van het vasten in de Rooms-Katholieke Kerk was Luther kritisch. Hoewel de oorspronkelijke bedoelingen goed waren, zag hij dat er in de praktijk van zijn tijd veel misbruik ontstaan was. Het vasten is veel erger geworden, zei hij, dan in de tijd van de joden en de farizeeërs. Zij vastten tenminste nog echt, hoewel zij er wel op uit waren om iedereen te laten zien hoe goed zij dat deden, zoals we ook in de tekst van Matteüs kunnen lezen. Maar wanneer men het vlees laat staan en zich in plaats daarvan vol eet met vis, en vervolgens meent dat dit een goed werk is, was dit volgens Luther niet het juiste vasten. Sterker nog: hij noemde het bedrog, misbruik, een klap in het gezicht van Christus, wanneer mensen op zo'n manier menen boete te doen en absolutie van hun zonden te krijgen. Matigen is goedMaar wat is volgens Luther dan wel het juiste vasten? Hij zag daar twee manieren voor. De eerste is, verrassend genoeg, een wereldlijk vasten opgelegd door de burgerlijke overheid. Het zou goed zijn wanneer de overheid de mensen gebiedt om één of twee dagen per week geen vlees te eten, omdat dat goed is voor het land. Een inzicht dat in onze tijd heel langzaam begint te groeien bij mensen; Luther zag het 500 jaar geleden al! En in het verlengde van dit wereldlijke vasten zei hij dat het goed is om af en toe 's avonds niet te veel te eten en te drinken, zich niet vol te proppen, zoals 'wij Duitsers' doen, omdat een beetje matigheid goed is. Doe het oprechtDe tweede vorm van vasten is wel een christelijke vorm, die het kerkelijk jaar markeert. Een paar dagen vasten voorafgaand aan Pasen, Pinksteren en Kerst maakt ons bewust van de tijd van het jaar waarin we leven en wijst ons zo op de werken van Christus. Luther wees het vasten dus niet volledig af, maar zag er wel degelijk iets goeds in. Echter: hoe streng iemand ook vast en moet afzien, wanneer de achterliggende bedoeling is om zich erop te beroemen, dan is het vasten niet oprecht. Wanneer je wilt vasten, bedenk dan eerst of je een vroom mens bent en op de juiste manier gelooft en liefhebt. Niet met het vasten zelf, maar met geloven en de naaste liefhebben dienen wij God. Houd lust en verleiding wegEcht vasten betekent volgens Luther totaal afzien van eten en drinken, het lichaam kastijden. Maar deze vorm van vasten, zo bekende hij heel eerlijk, kon hij zelf niet volbrengen en wilde hij ook niemand opleggen. Bovendien zei hij zo'n manier van vasten met oprechte bedoelingen nooit te hebben gezien, waaruit duidelijk wordt dat niemand dit kan volbrengen. Beter is het voor een christen om in matigheid te leven en je lichaam te tuchtigen, niet alleen op bepaalde dagen, maar altijd. De functie van het vasten is om lust en verleiding weg te houden van ons lichaam, zoals het geloof dat voor ons hart doet. Om het leven niet om vreten, zuipen en feesten te laten draaien. Maar wanneer men daarin af en toe zwak blijkt te zijn, dan is er vergeving, zo zegt Luther in deze preek. Gelukkig maar. *WA 32**Vertaling NBV21 lees verder |
||
|
Het askruisje op Aswoensdag: inkeer en omkeer
In de vroege kerk waren de veertigdagen (of varianten daarop) de tijd waarin de catechumenen zich voorbereidden op hun doop in de paasnacht en de rest van de gemeente op hun doopgedachtenis. Het was een tijd van bewustwording van de betekenis van het geloof. Dat karakter heeft de Veertigdagentijd nog steeds. Het is een periode van bezinning op je leven en geloof, van bijbellezen, gebed en (een vorm van) vasten. Dat kan in een kerkelijke gemeente ook samen beleefd worden, bijvoorbeeld met een sobere maaltijd, met vespers of bijbelleesgroepen rond een bijbelboek. Het kan daarom betekenisvol zijn om die periode ook als gemeente in te luiden met een avondviering op de Aswoensdag. In de in het Dienstboek gegeven teksten voor de Aswoensdag staan boete- of smeekpsalmen centraal, zoals Psalm 69 of Psalm 57. Inkeer en omkeer zijn dan ook het overheersende thema op deze dag. De inkeer van de gelovige die zich bezint op zichzelf en tegelijkertijd de roep naar God om zich naar de mensen om te keren. De viering kan uitlopen op de ‘oplegging van as’. Teken van rouw en boeteAswoensdag ontleent zijn naam aan dit liturgische ritueel met as. As symboliseert dat het leven verdwijnt, de mens keert terug tot stof. Dat besef is verbonden met de kwetsbaarheid en relativiteit van een mensenleven. Het kan ook overdrachtelijk worden verstaan: we komen alle goede bedoelingen en geloofswoorden niet altijd na, en dat is letterlijk en figuurlijk zonde. Op deze dag belijden wij extra dat wij als mensen tekortschieten en afhankelijk zijn van Christus. Extra bijzonder wordt het als het niet zomaar as is, maar bij voorkeur de as van de palmpasentakken die we het jaar ervoor droegen tijdens de palmpasenviering aan het begin van de Stille Week. Zeker in de katholieke traditie wordt dat in ere gehouden. Het geeft eens te meer weer dat de hoogmoed van het geloof, waarmee Jezus zo enthousiast Jeruzalem werd binnengehaald, op veel momenten faalt. Ook Bijbels is as een teken van rouw en boete; als mensen iets betreuren zitten zij ‘in zak en as’. Strooien of bekruisenAls de kerkgangers naar voren komen bij het asritueel, waarbij passende muziek kan klinken, kan de voorganger wat as op het hoofd van ieder van hen strooien, een voor een. Een andere vorm is om de as in de vorm van een aan te brengen op het voorhoofd. De voorganger zegt daarbij: ‘Bekeer u en geloof het evangelie’, of: ‘Gedenk dat u stof bent en tot stof zult weerkeren.’ Of een variant daarop: ‘Gedenk, uit stof ben je gemaakt, maar kostbaar in Gods ogen.’ De bekruising op het voorhoofd kent zijn directe tegenhanger wanneer in de paaswake, dus als markering van het einde van de veertigdagen, bij de doopgedachtenis het voorhoofd met water bekruist wordt. Daarmee wordt in het mysterie van de opstanding van Christus alle zonde weer schoongewassen: de as verdwijnt met het reinigende water: ‘Wees getekend met het levend water.’ Die twee rituelen houden de Veertigdagentijd samen, als dood en opstanding. Tastbaar makenIn veel protestantse kerken is er schroom om het ritueel van het askruisje uit te voeren, omdat het als ‘katholiek’ wordt gezien. Soms worden er mooie alternatieven bedacht, zoals het voor ieder aansteken van een klein stompkaarsje waar met vingerverf een ‘as’-kruisje op is getekend, dat de hele Veertigdagentijd door gebrand kan worden. Maar als je samen als gemeente over die schroom heenstapt, kan het askruisje een heel zintuiglijk ritueel zijn, dat een essentieel aspect van het geloofsleven, de inkeer en boete en daarmee de menselijke afhankelijkheid van Christus, heel tastbaar maakt. In de praktijk“Het askruisje doet veel met mensen”“Het is in onze kerk sinds 2010 mogelijk om op Aswoensdag een askruisje te halen. Met name jongeren en nieuwe toetreders blijken ontvankelijk voor zo'n ritueel. De viering is een samenwerking met de Nederlands gereformeerde Weteringkerk en de christelijke gereformeerde Amstelkerk. Er is een sobere liturgie. Omdat we in onze kerk geen ritueel met palmtakken kennen, heb ik om aan as te komen eens lucifers verbrand en daar as van gemaakt. Ook heb ik eens as gekregen van een priester toen ik een ochtendgebed van de rooms-katholieke kerk hier in de buurt bijwoonde.Het askruisje doet veel met mensen. Alleen al door de woorden die je erbij uitspreekt: ‘Stof ben je, tot stof zul je weerkeren.’ Dat komt binnen: het geeft het gevoel heel kwetsbaar te zijn, en het kan een confrontatie zijn met je eigen zwakheid in het navolgen van Christus. Het is ook een intiem ritueel: je raakt mensen aan hun hoofd aan. Die nabijheid wordt door velen als troostend ervaren. Soms zeggen mensen: ‘Dit raakt me enorm, ik weet alleen niet waarom.’ Een soort heilzame verwarring.” Richard Saly, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam “Voor het eerst een viering op Aswoensdag”“Dit jaar houden we als gemeente voor het eerst een viering op Aswoensdag. Dat is een mix van mijn eigen behoefte en die van anderen. Voor mij voelt het wat plompverloren om de Veertigdagentijd pas te beginnen op de eerste zondag en niet op Aswoensdag. De viering is een Taizéviering waarin ook de traditie van het askruisje een plek krijgt. In de regel komt er een vrij grote groep van 30 tot 40 mensen op de Taizévieringen af. Mensen die gevoelig zijn voor inkeer, verstilling en rituelen. De pastoraal werker in onze gemeente en ik bereiden deze vieringen om beurten voor, met één of twee groepsleden. Kleine rituelen krijgen daarin een plek. Omdat dit al een vaste groep is, voelt het veilig om tijdens de komende Taizéviering op Aswoensdag een ritueel met een askruisje te doen.” Marieke Ariesen-Holwerda, predikant van de Protestantse Gemeente Steenwijk lees verder |
||
|
Ds. Krijn Hak: “Een kerk die zich aan God vasthoudt, wordt zeker gezegend”
Hoe ervaar je je roeping?“Het grootste voorrecht vind ik dat ik kind van God mag zijn. Dat staat voor mij boven alles. Ik had nooit verwacht geroepen te worden tot het ambt, en juist daarom blijft het bijzonder en kwetsbaar om dit werk te mogen doen. Je kunt dit niet uit jezelf doen: je blijft afhankelijk van God en zijn Geest. Die afhankelijkheid kan zwaar zijn, maar draagt me ook. In mijn werk ben ik intensief met de Bijbel bezig, wat soms slopend kan zijn, maar ook veel inspiratie geeft. De overstap van timmerman naar predikant vereiste dat ik van doen naar denken ging, iets wat af en toe nog steeds een uitdaging is. Tegelijk is het bijzonder om in Gods koninkrijk te mogen werken en daarin vertrouwen te ervaren van mensen én van God. Mijn achtergrond in de bouw en het gewone leven neem ik mee in preken, catechese en toerusting; soms hoor je dat zelfs terug in een bouwterm vanaf de kansel.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Een biddende gemeente om me heen en persoonlijk een leven dicht bij God, zodat mijn ‘vaatje’ gevuld blijft met blijdschap en dankbaarheid. Als één van die twee wegvalt, wordt het ambt te zwaar.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Voor mij is het essentieel om te investeren in een persoonlijk geestelijk leven en duidelijk af te bakenen waarvoor ik geroepen ben, zodat ik mijn tijd en energie daar bewust aan kan geven. Het werk vult je hoofd en hart snel, en dat moet weer leeggemaakt worden om ruimte te maken voor nieuwe dingen. Ik maak daarom bewust ruimte voor het gezin, om piano te spelen of om te sporten. De natuur ingaan helpt ook: buiten kan ik makkelijker bidden en alles in Gods handen leggen. Van Jezus heb ik geleerd dat ‘de berg opgaan’ een waardevol ritueel is. Daarnaast hebben de lessen die ik als jongere leerde van de vervolgde kerk in China veel invloed gehad op mijn leven. Hun geloof en standvastigheid, zelfs onder grote offers, hebben mij gevormd. Het helpt mij om niet te klagen, maar vol te houden." Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“De verkondiging: preken, toerusten en catechese geven. Ik vind het mooi om anderen te helpen de Bijbel beter te begrijpen, hen tot Jezus te leiden en toe te rusten om Hem trouw te volgen. Jongeren hebben daarbij een grote plek in mijn hart; af en toe spreek ik tijdens jongerenavonden in het land. Dat inspireert me en komt ook het werk in de eigen gemeente ten goede. Het werk vraagt veel studie en voorbereiding, wat soms eenzaam kan zijn. Daarom ben ik dankbaar dat ik regelmatig stagiaires mag begeleiden. Daarnaast biedt mijn werk in de synode een welkome afwisseling.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“Recent volgde ik de Undefended Preaching-training van de IZB, waarin je veel leert over geestelijk leiderschap. Nu doen we de follow-up, waarin we het boek Dialoog, dans en duel: Preken voor tijdgenoten van ds. Kees van Ekris bespreken. Het is leerzaam en erg waardevol.” Zie je in je werk in de kerk dat Gods Geest aan het werk is?“Ja, dwars door de storm van de tijdgeest heen merk je Gods werk onder jongere generaties, alsof er een nieuwe golf in hen beweegt. Ze gaan met elkaar op zoek naar God, willen verdieping en antwoorden op hun vragen. Tijdens de belijdeniscatechese behandelen we de Romeinenbrief: een pittige brief, maar ze zuigen het op en willen meer. Het is bijzonder om te zien hoe hun toewijding groeit en hoe ze soms ook hun ouders daarin meenemen. Dat kan niemand anders doen dan Gods Geest.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Sinds kort maak ik in mijn werk gebruik van Logos Bijbelsoftware. Dat geeft me toegang tot veel waardevolle bronnen, onder andere van personen als D.A. Carson, Tim Keller, John Piper en R.C. Sproul. Van hen leer ik veel: ze zijn voor mij een voorbeeld van geestelijke wijsheid en volwassenheid.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Twee belangrijke teksten zijn mijn belijdenistekst, Romeinen 1:16: “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft.” en 2 Korintiërs 12:9: “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Ik word telkens weer geraakt door de eenvoud en kracht van het evangelie. Sinds mijn ziekte en burn-out in 2014 merk ik dat ik minder energie heb dan ik zou willen. Ik word daardoor geconfronteerd met mijn eigen zwakheid, en tegelijk zie ik keer op keer in de Bijbel dat God juist zwakheid gebruikt.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Een opwekking! Dat is volgens mij het antwoord op de vele vragen waar de kerk nu mee wordt geconfronteerd. Uit de geschiedenis blijkt dat de kerk dan van binnenuit wordt gereinigd en bekrachtigd, en gaat doen wat Jezus ons heeft gezegd. Ik kijk ernaar uit dat we ons als kerk vernederen en samen gaan bidden. Een kerk die zich bekeert en zich aan God vasthoudt, zal zeker gezegend worden.” lees verder |
||

