|
Geestelijk verzorger Egbertina: “Wanneer werkt Gods geest in gesprek?”
Hoe ervaar je je roeping?“Tijdens mijn studie wilde ik de kerk in en de preekstoel op, maar een docent dacht dat ik beter op mijn plek zou zijn in een instelling. Mijn eerste stage, in het Martiniziekenhuis in Groningen, was fantastisch. Toen ik meeging naar een zitting van de medisch-ethische toetsingscommissie ontdekte ik hoeveel betekenis je kunt hebben als geestelijk verzorger: je hebt een stem, geestelijke verzorging is niet ‘iets erbij’. Ik voel me geroepen om de mensen die bij ons verblijven een luisterend oor en een warm hart te bieden, niet om het evangelie te verspreiden." Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Vooral de mensen om me heen: de bewoners en de zorgcollega’s. Ik heb er behoefte aan om samen met collega’s ervaringen te delen en casussen te bespreken. Geen eilandjes vormen, weten dat we het samen doen. Daarom probeer ik altijd zichtbaar en benaderbaar te zijn.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Het is nog nooit gebeurd, maar ik heb wel momenten gehad waarop ik naar mezelf aan het kijken was terwijl ik aan het werk was, het gevoel dat ik zelf niet meekwam. Ik heb de neiging om alles te willen doen, maar dat kan niet. Het heeft me geholpen om er met een psycholoog over te spreken. Die leerde me om me meer te beperken tot de taken die echt bij me horen. Ik ben daar trouwens nog steeds niet zo goed in, ik word ook ongelukkig als ik bepaalde dingen niet meer zou doen.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?"Het werk in de woongroepen: de gesprekken met bewoners en zorgverleners. Laatst besprak ik met een zorgcollega dat ik zo graag zou willen weten wat er omgaat in het hoofd van een man met jeugddementie, zodat we hem echt kunnen helpen. Zij voelde precies hetzelfde. Het deed me goed om te horen dat iemand die altijd maar aan het rennen is er net zo in staat, dat was voor mij een geluksmomentje.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“De opleiding ‘Sensorische informatieverwerking bij dementie’: hoe prikkels binnenkomen bij en verwerkt worden door mensen met dementie. Sinds die opleiding zie ik nog meer aan de bewoners, aan hun houding – of ze angstig zijn bijvoorbeeld.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Op een dag was er een moment dat ik dacht: wat zal ik nu eens gaan doen? Een van de bewoners kwam voorbij, pakte me bij mijn middel en zette me letterlijk neer bij een groep vrouwelijke bewoners. Ik grapte: ‘Ik ben hier afgeleverd, mag ik erbij zitten?’ We hadden prachtige gesprekken, het voelde alsof het geleid werd. Ik ervaar dat vaker wanneer ik verbinding tot stand kan brengen tussen mensen, en zelf ook die verbinding aanga.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Het boek ‘Zeg ja bij dementie’ van Freya Flach en Hanneke van de Pol. Een eye-opener. We proberen mensen met dementie vaak te corrigeren. Dat werkt niet: ze schamen zich en hebben het gevoel dat ze dingen niet goed doen. Dit boek laat zien hoe je mee kunt gaan in hun beleving. Dat levert minder frustratie op, en meer grip op wat ze doormaken.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“In deze tijd van het jaar schiet me vaak deze zin te binnen: ‘En Maria bewaarde al deze woorden in haar hart.’ Ik bewaar al deze mensen en verhalen in mijn hart. De Bijbel is een boek over liefde: dat is de rode draad, dat wordt van ons gevraagd. Als je bereid bent de wereld met liefde tegemoet te treden, dan doe je het goed.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Mijn droom is dat alle kerkgenootschappen en modaliteiten samenkomen in één kerk. Dat alle muren wegvallen en we het samen doen. Daarnaast pleit ik ervoor dat kerken naast de zondagse vieringen andere momenten van openstelling hebben. Ik houd van kerken die de hele week open zijn, waar je naar binnen kunt om een kaarsje te branden maar ook om koffie te drinken en een spelletje te doen. De kerk als vrijplaats voor iedereen.” lees verder |
||
|
Van Utrecht naar Jeruzalem: hoe Wilma en Geert werken aan verbinding in Israël en Palestina
Wilma Wolswinkel is relatiebeheerder bij Kerk in Actie en Geert de Korte is ‘onze man in Israël’. Wolswinkel werkt sinds 2018 voor Kerk in Actie. Zij studeerde Internationale Betrekkingen en werkte eerder voor de GZB, de Gereformeerde Zendingsbond, en het Centrum voor Israëlstudies. Twee dagen per week is zij diaconaal werker in de Nieuwe Kerk in Utrecht. Geert de Korte werkt sinds 2023 voor het Centrum voor Israëlstudies in Jeruzalem. Sinds mei 2025 vertegenwoordigt hij daar ook de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is lid van de Gereformeerde Gemeente Dordrecht en gastlid van de hervormde wijkgemeenten 2 en 7 in Dordrecht. Hij doet promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Van 6 tot en met 15 januari reist een delegatie met scriba Kees van Ekris door Israël en Palestina. De Korte en Wolswinkel organiseren de reis, die voert langs organisaties en initiatieven aan Israëlische en Palestijnse kant. Met wie werkt de Protestantse Kerk in Israël en Palestina samen?Wolswinkel: “Aan Palestijnse kant zijn dat vooral Palestijnse christenen, zoals de Lutherse kerk en Sabeel, het oecumenisch centrum voor Palestijnse bevrijdingstheologie. Aan Israëlische kant zijn het ‘shared society’ organisaties als Nes Ammim en het Rossing Center, die zich inzetten voor een Israëlische samenleving waar alle bevolkingsgroepen gelijk worden behandeld en gewaardeerd. Ook werken wij samen met organisaties die opkomen voor de rechten van specifieke bevolkingsgroepen, zoals Palestijnse Israëliërs, Joodse minderheden (Russisch, Arabisch, Ethiopisch), Palestijnse werkers uit de Westbank en Gaza en arbeidsmigranten uit Azië en Afrika. De Korte: “Ik werk samen met de Interfaith Encounter Association. Zij faciliteren ontmoetingen tussen Palestijnen en Israeli’s, Joden en moslims, en vrouwengroepen. Ik begeleid twee groepen waarin Joden en christenen, gewone mensen en theologen, samen het Nieuwe Testament bestuderen. Twee andere partners zijn leerinstituten: het Schechter Instituut en het Fuchsberg Jerusalem Center. Momenteel bestudeer ik bij Fuchsberg het Joodse gebed. Wat ik daar leer, geef ik via lezingen door aan de Nederlandse kerken.” Waar bestaat jullie werk uit? De Korte: “In de dialoog verdiepen wij het nadenken over de Joodse context van het Nieuwe Testament. Christenen komen erachter dat het Nieuwe Testament een verrassend Joods boek is, terwijl men het aan Joodse kant vooral ziet als een boek voor christenen.” Wolswinkel: “Mijn voornaamste taak is: zorgen dat onze partners het geld krijgen dat Kerk in Actie voor hen begroot. Rond de start van een nieuw contract zijn er intensieve contacten. Gedurende het jaar houden we elkaar op de hoogte van de ontwikkelingen, met online-gesprekken en ontmoetingen die door onze partners zeer worden gewaardeerd. Wij krijgen ook kritische vragen terug: ‘Wat betekent christelijke solidariteit als er een genocide plaatsvindt? Zijn wij vooral een diaconaal project of zijn wij ook gelijkwaardige gesprekspartners?’” Hoe ziet het programma van de reis er uit?De Korte: “In het Fuchsberg Center doen we een studie rond de titel van de synodenotitie ‘Uw Koninkrijk kome’Verder lezenSynode aanvaardt nota ‘Uw koninkrijk kome’ over relaties met Joden en Palestijnse christenen . Twee bevriende rabbijnen geven een Joods perspectief op Gods koninkrijk. Daarna vertel ik erover vanuit de christelijke traditie, waarna wij met elkaar in gesprek gaan over de betekenis ervan voor deze tijd. Is Gods koninkrijk particulier, alleen voor Israël, of universeel, voor alle volken? Daarnaast spreken wij met diverse andere rabbijnen en hopen we een bezoek te brengen aan een getroffen kibboets bij Gaza. Wolswinkel: “Wij trekken een middag op met Omar Harami in Oost-Jeruzalem, directeur van Sabeel Jerusalem. Op het Bethlehem Bible College ontmoeten wij Palestijnse theologen en leiders van lokale christelijke gemeenschappen. Wij bezoeken ook Nes Ammim en Tent of Nations, de educatieve boerderij van de Palestijns-christelijke familie Nassar. Tot slot zijn we aanwezig bij de wijding van de nieuwe Lutherse bisschop in Jeruzalem.” Wat merken lokale gemeenten van deze reis?Wolswinkel: “De delegatie hoort wat onze partners in Israël en Palestina meemaken. Dat zal behulpzaam zijn voor het voortgaande gesprek in Nederland. Het gaat daarbij zowel over het publiek spreken van de kerk als over het gesprek in lokale gemeenten. Het risico bestaat dat mensen afhaken van Israël en Palestina: te emotioneel, te moeilijk Pijl naar beneden Lees ook:Wat maakt het gesprek over Israël en Palestina zo lastig in de kerk, en wat kun je daaraan doen? . Ik pleit ervoor om zowel het lijden en het onrecht aan Palestijnse kant te zien én tegelijk oog te houden voor de Joodse trauma’s en pijn.” De Korte: “In deze reis wordt geluisterd naar beide kanten. Een van onze partners zal zeker vragen stellen over de rol van de kerk in de bestrijding van antisemitismeVerder lezenProtestantse Kerk over bestrijding antisemitisme. Wij hebben als kerk kilo’s boter op ons hoofd in de omgang met Joden. Veel stereotypes over JodenVerder lezenAnti-judaïsme in de kerk hebben hun wortels in het kerkelijke verleden. Beide kanten stellen vragen aan onze kerk. Dat schuurt soms, maar wel het zijn relevante gesprekken voor de situatie in Nederland.Er is hier oorlog, aan beide kanten zijn er spanningen, verdriet en trauma, onzekerheid, onveiligheid. Zouden ze om de tafel zitten, wat nu onmogelijk is, dan ontdekten zij dat ze veel gemeenschappelijk hebben, eenzelfde verlangen naar vrede en veiligheid. Dat is de tragiek van deze regio.” Jullie werk bevindt zich in het midden van het conflict.De Korte: “Ik ben in dit conflict een betrokken buitenstaander, ik ben geen partij. Dat wil ik ook niet zijn. Daardoor kan ik naar iedereen luisteren, met iedereen in gesprek gaan. Ik kan in Bethlehem met iemand praten en goed luisteren, én met een kolonist uit Hebron. Bij beiden kan ik nu en dan theologische jeuk en kriebels krijgen, maar ik luister wel. Ik liet tranen om de Israëlische gegijzelden en kan net zo verdrietig zijn als ik denk aan de Gazanen en wat zij op dit moment meemaken.” Wolswinkel: “Ik wil ook geen onderdeel worden van het conflict. Tegelijk zit ik er middenin. Online ontmoet ik partners die er vanwege de oorlog mentaal en fysiek compleet doorheen zitten. Dat laat me niet koud. De polarisatie in de kerk rond dit onderwerp kan heel heftig zijn en is soms ook een groot contrast met onze eigen partners ter plekke. Natuurlijk hebben wij Palestijnse partners die behoorlijk fel zijn, dat begrijp ik volkomen. Tegelijkertijd zeggen ze: wij moeten hier met elkaar uitkomen, elkaar vasthouden.” De Korte: “Eén van mijn Joodse contacten zei: ‘Zeg tegen jullie mensen dat ze niet pro-Israël of pro-Palestijns moeten zijn, maar pro-peace'.” Bekijk ook de onderwerppagina 'Israël en Palestina'Op de onderwerppagina Israël en Palestina wordt een diversiteit aan materialen geboden om dit onderwerp een plek te geven in de gemeente, juist als meningen verschillen. Het materiaal biedt geen pasklare antwoorden, ook is het geen one size fits all-verhaal. Eerder is het materiaal voor een gezamenlijke trektocht, een pelgrimage, waarbij het koninkrijk van God, het rijk van vrede en recht, het kompas en de richtingwijzer is. Het materiaal is niet af. Onderweg wordt steeds weer bijgeleerd. Deze pagina zal daarom geregeld aangevuld worden met nieuwe artikelen en werkvormen. lees verder |
||
|
Geestelijk verzorger Jolien Bos: “Samen zoeken naar wat goed doet”
Hoe ervaar je je roeping?“Als ‘op mijn plek zijn’. Mijn werk is heel veelzijdig, ik ben voortdurend bezig met wat mensen raakt, in negatieve en positieve zin. Samen met hen zoek ik naar wat hen goed doet. Maar niet alles is op te lossen en dan voel ik het ook als mijn roeping om het samen uit te houden. Daarnaast ervaar ik roeping bij het praten met mensen over ervaringen die ze zelf moeilijk kunnen duiden. Ervaringen die hen het gevoel geven dat hemel en aarde met elkaar verbonden zijn. Het is van betekenis om daar niet aan voorbij te hollen, maar samen te doorvoelen wat dit met iemand doet.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Vooral vertrouwen van de mensen met wie ik werk. Dat merk ik in het gevoel dat ik welkom ben, met mijn kwaliteiten én met mijn tekortkomingen. Dat gezien wordt dat mijn intentie goed is, ook als er eens iets misgaat. Daarin zijn onze bewoners goede leermeesters. Zij voelen vaak haarscherp aan of iemand te vertrouwen is en hen behandelt vanuit gelijkwaardigheid. Als je dat doet, dan ben je meer dan welkom en is het geen ramp als er eens iets misgaat. Wat voor hen geldt, geldt ook voor mij.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Door goed contact te houden met collega’s binnen de vakgroep en daarbuiten. Ik werk met allerlei begeleiders, behandelaren, managers en ondersteunende diensten samen. Het is heel fijn om elkaar op te kunnen zoeken om zorgen te delen en even te reflecteren. Daarnaast is dit een werkomgeving waar we regelmatig lachen met elkaar, dat geeft plezier en verbinding. Verder liggen hier steeds nieuwe uitdagingen. Dat houdt mij, zeker ook in combinatie met het volgen van scholing, fris.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Ik doe veel verschillende dingen, en juist die afwisseling maakt het mooi. Het zit in het samen zoeken naar wat er speelt en wat voor nu een begaanbare weg is. Met bewoners en hun naaste zoek ik naar wat deze persoon zin geeft in het leven en wat juist de zin ontneemt. Met teams zoek ik naar wat het beste is om te doen wanneer ze een ethisch dilemma hebben. Op beleidsniveau puzzel ik mee in wat er mogelijk is in alle veranderingen en uitdagingen waar we in de zorg mee te maken hebben. Ik geniet ervan als er ruimte ontstaat waardoor mensen weer perspectief zien.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“De training ‘Prof op de kaart’, een methodiek met een grote landkaart waar allerlei vragen bij horen. Zoals: wat is nu je positie op de kaart ten aanzien van die vraag, waar zou je naartoe willen en wat heb je nodig om daar te komen? Een mooi hulpmiddel voor individuele gesprekken en in begeleiding van teams. Deze scholing volgde ik met collega’s die net als ik betrokken zijn bij het project ‘samenwerken aan samenwerken’ dat inzet op een betere samenwerking met verwanten en vrijwilligers. In proeftuinen zijn we met elkaar in gesprek en verplaatsen we ons in elkaars perspectief.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Jazeker. Daar waar ruimte ontstaat, daar is Gods Geest. Daar mogen we ontvangen. Bij de herdenkingsdienst voor bewoners kwam een vrouw die door ongemak en daarbij horend moeilijk gedrag al een tijdje niet meer in de kerk kwam. Maar ze wilde hier graag bij zijn. Nog voor de dienst begon was ze alweer weg, het gaf te veel prikkels. Maar ik kon nog net met haar een kaars aansteken en dat deed haar zichtbaar goed. Op zulke momenten ervaar ik de Geest.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“De masterscriptie van Anouk Helmich: ‘Als ieders stem telt’. Het is een contextuele bijbelstudie van Exodus 4:10-17, gedaan met mensen met en zonder verstandelijke beperking. Over hoe je samen kerk kunt zijn. Ik vind haar aanpak, de stem van mensen met een verstandelijke beperking echt serieus nemen, fantastisch.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Mijn dooptekst, die ook een rol had bij mijn bevestiging als predikant, resoneert nog weleens: Handelingen 8:31. Filippus stapt bij de Ethiopiër op de wagen zodat ze samen de tekst kunnen uitpluizen die de Ethiopiër leest. Ik vind dat een mooi beeld: samen een stukje op reizen, zoeken, geraakt worden door de ontmoeting en daaruit iets meenemen op het vervolg van je weg. De mensen op de wagen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig en betekenen allebei iets voor de ander. Zo sta ik ook in mijn werk. Ik mag iets brengen en tegelijkertijd ook zelf geraakt worden.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Dat ze een plek mag zijn waar mensen zich welkom en veilig voelen, gehoord, gezien en geaccepteerd, en dat zij zelf ook op die manier aanwezig zijn. Bij ons is één keer per jaar de plaatselijke gemeente te gast. Elk jaar hoor ik na afloop van de dienst dat het zo’n verademing is dat mensen zo zichzelf kunnen zijn. Dat er geen schroom is om hardop te bidden voor wie of wat je aan het hart gaat. Dat er geen lange preek nodig is, als je eerlijk met elkaar deelt wat je raakt. Dat het bijna jaloersmakend is om zo waarachtig te kunnen geloven. Ik hoop, met dank aan onze bewoners, dat de kerk bijdraagt aan het laten groeien van oprechte verbindingen tussen mensen.” lees verder |
||
|
Kerkdienst streamen: hoe betrek je thuiskijkende gemeenteleden bij de viering?
In het begin leek het een mooie service voor gemeenteleden die niet naar de kerk konden (in coronatijd: mochten) komen. Bovendien is het missionair wanneer je als kerk te vinden bent op online platformen. Ook bij uitvaarten is het een uitkomst, bijvoorbeeld als familieleden in het buitenland niet kunnen komen en de dienst toch willen meemaken. Kerkomroep.nl en kerkdienstgemist.nl zijn platformen waar vooral kerkbetrokken mensen hun eigen gemeente kunnen vinden, maar op YouTube begeef je je als kerk helemaal in het publieke domein. De keerzijde was dat een grote groep gemeenteleden niet meer naar de kerk kwam toen de deuren weer opengingen, omdat ze het ‘net zo goed’ thuis konden volgen. Het is de vraag of dat werkelijk zo is, want het maakt de kerkganger vooral tot ‘consument’. Eredienst wil ook beleefd worden, als participant: in de kerkruimte kun je meezingen, anderen ontmoeten, samen bidden en de geur van het liturgische seizoen opsnuiven. En samen zingt het toch beter dan alleen thuis op de bank. Kijken nodigt niet altijd uit tot meezingen, eerder tot waarnemen wat zich in de kerk afspeelt. Waar ligt de balans?Maar er gebeurde nog iets merkwaardigs. Soms werd de kerk zo ingerichtVerder lezenKerkdienst online streamen: zo werkt het dat het het mooist uitkwam voor de camera’s: kaarsenstandaards in de juiste hoek geplaatst, de voorganger achter een lezenaar in plaats van de liturgische tafel, de cantorij zo opgesteld dat ze goed zichtbaar was, en soms zelfs de organist in beeld terwijl ze muziek tot eer van God speelde. En er was geregisseerde stilte als de opname begon. Toen het grootste deel van de gemeente tijdens de lockdowns van 2020 en 2021 thuis zat, was dat te begrijpen. Maar als het grootste deel van de gemeente in de kerkruimte zit, kun je je als liturgieteam afvragen waar de balans moet liggen, bij het deel van de gemeente dat in de kerk zit of het deel dat thuis meekijkt. En wat is het doel van wat je in beeld brengt: gaat het erom de kunsten van de organist te zien of om de spirituele functie die de muziek heeft voor ons geloofsleven? Waar ‘gebeurt’ de viering?De belangrijkste vraag is: wat is de blikrichting? Willen we het liturgische ‘gebeuren’ in de kerkzaal bij de mensen thuis brengen, als een tv-programma waarnaar ze kunnen kijken (dus zo comfortabel mogelijk gericht op de ‘buitengroep’)? Of speelt de liturgie zich primair in de kerkzaal af en willen we de mensen thuis daar deelgenoot van maken door ze ‘naar binnen te trekken’? Kijken de mensen naar een ‘voorstelling’ die in de kerk voor hen wordt uitgevoerd, of kunnen de thuiskijkers een ‘verlengstuk’ worden van het liturgische vieren, door ze uit te nodigen mee te bidden, te zingen en actief betrokken te zijn? Kortgezegd: ‘gebeurt’ de viering van de eredienst primair in de kerkruimte, bij de mensen thuis, of allebei? En kan dat tegelijkertijd? Tot wie richt je je?Om een antwoord te vinden op bovenstaande vraag, is het goed om je te realiseren dat het twee verschillende blikrichtingen zijn: van binnen naar buiten, of van buiten naar binnen. Het één sluit het ander zeker niet uit, maar het helpt om je als techniek- en liturgieteam de vraag te stellen op welke doelgroep je je richt, om zo te bepalen hoe je de viering het best communicatief kunt ondersteunen voor de thuiskijker. Zoom je de camera in op de voorganger of helpt het bij het zingen ook dat je uitzoomt en een deel van de gemeente op de rug kijkt, alsof je in de kerkzaal zit en deel bent van de gemeenschap? Betrek de thuiskijkers erbijEen belangrijke regel is: houd rekening met de thuiskijkers en negeer ze niet. Dat betekent niet dat ze voortdurend bediend of benoemd hoeven te worden, maar wel dat er geen exclusieve taal wordt gebruikt die beperkt is tot de kerkgangers binnen de kerkruimte. Bij de mededelingen in de loop van de dienst doet het goed ook de gemeenteleden thuis aan te spreken of via de camera aan te kijken. Ook hier geldt: niet voortdurend, want dat doet kunstmatig aan en sluit de mensen in de kerk uit, maar één zichtbaar moment van oogcontact doet al veel. Een tweede mogelijkheid is om kerkgangers thuis eens in de zoveel tijd even in de voorbeden te noemen. Dat verkleint het gevoel van eenzaamheid van de oudere niet-mobiele thuiskijker die liever in het midden van de gemeente had gezeten. Betrekken in ritueel en sacramentWil je nog een stapje verder zetten in het samen gemeente-zijn, thuis en in de kerkruimte, dan is het goed mogelijk bij rituelen of sacramenten de ‘kerkgangers’ thuis er direct bij te betrekken. Heel eenvoudig is bij het aansteken van de tafelkaarsen de mensen via Verder lezenHoe maak je een goede nieuwsbrief? 8 verbetertips of een melding op het scherm uit te nodigen thuis ook een kaarsje aan te steken, als teken van verbondenheid en toewijding van dit uur aan God, ook thuis. Over de vraag of thuiskijkers ook moeten meedelen in brood en wijn door zelf thuis iets klaar te zetten, is veel discussie. In die discussie mag wat mij betreft het pastorale aspect niet over het hoofd gezien worden: als het heilzaam en helend is doordat mensen zich deel voelen van de gemeenschap, geeft dat voor mij de doorslag. Uit volle borstEen keer – het was nog in coronatijd – zong een gemeente een lied in wisselzang. Nu niet ‘mannen’ en ‘vrouwen’ of ‘links’ en ‘rechts’, maar ‘mensen in de kerk’ en ‘mensen thuis’. Van het tweede couplet klonk in de kerkzaal zelf alleen de orgelbegeleiding. Dat was meer dan een grapje. Gemeenteleden thuis reageerden achteraf dat ze uit volle borst hadden meegezongen. Ze hadden zich gezien gevoeld – en volop deel van de gemeente! ---- In de praktijk“We laten steeds op het scherm zien wat er gebeurt”“In 2015 gingen we van vijf wijkgemeenten naar één. We hebben toen gelijk vijf camera’s en twee schermen geïnstalleerd. Een flinke som geld, maar een goede investering. Er werd een studiogroep gevormd die de camera’s bedient en een beamergroep die de presentatie verzorgt. In coronatijd konden we gewoon verder met hoe we het gewend waren. Omdat de kerk toen vrijwel leeg was, hebben we wel voor levendigheid gezorgd door onder meer liederen als filmpjes op te nemen of een lied op YouTube in te voegen. Maar verder is de praktijk niet heel erg veranderd. Bij het gebed brengen we een kaars in beeld, of het liturgisch bloemstuk. We vermijden het om mensen in beeld te brengen. We zorgen voor veel ondertiteling, zodat thuiskijkers echt mee kunnen maken wat er gelezen of gezongen wordt. Bij de muziek voor de dienst brengen we niet de organist in beeld maar een bloemstuk. In de laatste minuut voordat de dienst begint tonen we een plaat met de woorden ‘In voorbereiding op de dienst worden we stil’. Daarna komen de ambtsdragers binnen. Tijdens de dienst laten we steeds op het scherm zien wat er gebeurt: nu de preek, nu het gebed van de zondag, nu het wachten op de kinderen uit de kinderdienst, zodat mensen thuis echt mee kunnen beleven wat er op dat moment gebeurt.”Marjolein Dohmen, lid van het beamerteam in de Protestantse Gemeente Enschede “Het biedt enorme kansen”“In de tijd van de lockdowns konden we in Mijdrecht, waar ik toen predikant was, al heel snel van start met het streamen van kerkdiensten vanwege een paar vakmensen in de gemeente. We hadden ongelooflijk veel thuiskijkers. Ik preekte in korte blokjes om de spanningsboog van kijkers thuis vast te kunnen houden. Tussendoor was er muziek en beeld. Voor de kinderen hadden we iets bedacht met handpoppen. Dat werkte geweldig goed. En we hadden wekelijks een ‘Blik op de week’: wat is er de afgelopen week gebeurd? Het versterkte de onderlinge verbondenheid. Na corona zijn er nog steeds twee keer zo veel thuiskijkers als mensen in de kerk. In Wilnis en Vinkeveen, waar ik nu predikant ben, is dat net zo. Deels zijn we terug bij het oude patroon, maar we maken nog steeds veel gebruik van visuele mogelijkheden om contact te maken met de kijkers thuis. Illustraties gebruiken bij de overdenking werkt ontzettend goed. Ik omarm het streamen van de diensten, het gaat niet meer weg en het biedt enorme kansen. Het is fantastisch dat mensen de moeite nemen om de dienst thuis mee te vieren, zoals oude mensen en mensen die slecht ter been of ziekelijk zijn. Doe daar niet schamper over. Maak er beleid op en investeer erin.”Erick Versloot, predikant in Wilnis en VinkeveenIn zijn boek Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?! wijdt Versloot een hoofdstuk aan dit onderwerp. lees verder |
||
|
Financiële duurzaamheid van proefplekken en geloofsgemeenschappen
Drie vormen van balansBij financiële duurzaamheid gaat het om een drievoudige balans: financieel, spiritueel en moreel. De financiële balans betreft de juiste verhouding tussen uitgaven en inkomsten. De spirituele balans gaat over het bij elkaar houden van vertrouwen op God en het nemen van financiële verantwoordelijkheid. De morele balans heeft te maken met bijvoorbeeld de afweging tussen betaalbaarheid en rechtvaardigheid. Bijbelse visie op geld en bezitDe Bijbel spreekt nooit waardenvrij over geld en bezit. Het draait altijd om de vraag: worden Gods belangen gediend of die van de mammon? Geld en bezit zijn instrumenten om goed te doen in Gods koninkrijk, niet doelen op zichzelf. Tegelijk erkent de Bijbel de verleiding van rijkdom en het gevaar van uitsluiting bij financiële ongelijkheid. Veel bijbelse verhalen, vooral in de profeten en evangeliën, gaan over uitbuiting van mensen zonder bezit. Het is daarom belangrijk dat geloofsgemeenschappen openlijk spreken over geld en de inzet van middelen. De kernvraag is: hoe kan bezit dienstbaar zijn aan de missie in Gods koninkrijk? Verantwoordelijkheid én vertrouwenVerschillende bijbelteksten belichten de twee kanten van de spirituele balans: Eigen verantwoordelijkheid
Vertrouwen op God Matteüs 6:24-34 roept op eerst het koninkrijk van God te zoeken. Gericht zijn op het koninkrijk biedt een garantie dat op een of andere manier in het nodige wordt voorzien. Te veel gericht zijn op geld gaat ten koste van de gerichtheid op het koninkrijk. Deze teksten samengenomen leren dat verantwoordelijkheid en vertrouwen samenkomen wanneer de focus blijft liggen op Gods koninkrijk en gerechtigheid. De 'schijf van vijf' voor inkomstenNet zoals een gevarieerd eetpatroon belangrijk is voor gezondheid, geldt dit ook voor de financiën van een geloofsgemeenschap. Het concept van de 'schijf van vijf' helpt bij het nadenken over een gezonde samenstelling van meerdere inkomstenbronnen die elkaar versterken en passen bij de situatie. Drie aanwijzingen voor financiële balans:
Relatie met andere gemeenschappenEen geloofsgemeenschap opereert niet in een vacuüm. Vrijwel altijd is er een relatie met andere kerkelijke gemeenten of gemeenschappen. Twee belangrijke aandachtspunten:
Praktische suggesties voor inkomsten
Ora et labora'Bid en werk' is een oude kloosterwijsheid die aansluit bij de spirituele balans tussen verantwoordelijkheid en vertrouwen. Er kan veel gedaan worden om in balans te blijven, maar evengoed zijn er zaken waarin het louter genade is wat wordt gerealiseerd. Als het op geld aankomt, is het goed om gebed en inzet niet te scheiden, maar wel goed te onderscheiden. Meer weten? Download het volledige, diepgaande artikel als PDF met uitgebreide achtergronden en inspiratie en/of maak als team of kerkenraad gebruik van de online leermodule en andere leermiddelen op de themapagina financiële duurzaamheid. lees verder |
||
|
Rabbijn en predikant in gesprek over geloofsoverdracht aan een nieuwe generatie
Naar de kerk? Als de kinderen klein zijn, gaan ze nog wel mee. Maar zodra de middelbare school begint, verandert er iets. Predikant Winanda de Vroe uit het Brabantse Oisterwijk ziet het bij haar eigen kinderen: “Op zondagochtend is er vaak iets anders: voetbal, huiswerk, of gewoon geen zin.” Ze constateert dat veel gezinnen moeite hebben om hun religieuze tradities door te geven. Haar eigen drie kinderen gingen nog niet eens zo lang geleden altijd mee, vertelt De Vroe. “Heerlijk was dat. Iedereen kende hen, ze hoorden er echt bij.” Maar nu ze 15, 17 en 19 jaar zijn, hebben ze op zondag vaak wel wat anders aan hun hoofd. “Denk aan iets simpels als sporten. Dat gebeurt in Brabant op zondag. Je kinderen willen meedoen met de rest.” De druk van de samenleving schuurt vaak met de traditie. De Vroe ziet het dilemma. “Doe je niks, dan is het geloof binnen twee generaties verloren.” GevaarlijkZe bespreekt de kwestie met rabbijn Hans Groenewoudt, verbonden aan de orthodox-joodse gemeente in Amstelveen. “Is deze worsteling herkenbaar voor jullie?” Groenewoudt knikt instemmend. “Zeer herkenbaar. Wij zijn een kleine, gelovige minderheid in een overwegend seculiere omgeving. De buitenwereld dringt ook onze gezinnen binnen.” Groenewoudt kiest een andere route dan De Vroe, zo blijkt al snel. Ouders kunnen het lastig vinden om vast te houden aan tradities, zeker als kinderen liever andere keuzes maken. Toch zijn er voor Groenewoudt duidelijke grenzen. “Je moet heel helder zijn”, stelt hij. “Als kinderen liever gaan voetballen dan naar de synagoge, dan is er een probleem. Je moet als ouder je poot stijf houden.” Dus voetballen op zaterdag tijdens de sabbat? Groenewoudt: “Nee, dat komt niet im Frage. Natuurlijk moet je uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt, maar het begint met duidelijkheid.” Een relativerende houding vindt hij ronduit gevaarlijk, blijkt uit zijn betoog. Als je toegeeft aan alles wat de buitenwereld vraagt, meent hij, verlies je binnen de kortste keren je religieuze identiteit. Het goede voorbeeldToch is het volgens de rabbijn niet genoeg om alleen maar regels te handhaven. “Een opgeheven vingertje werkt niet”, zegt Groenewoudt die ook lesgeeft op een joodse school voor basis- en voortgezet onderwijs in Amsterdam. “Als je iets verbiedt, moet je ook uitleggen waarom. Kinderen zijn slim. Ze voelen haarfijn aan of iets vanuit overtuiging komt of niet. Ze willen begrijpen wat er van hen verwacht wordt.” Het goede voorbeeld is wat hem betreft cruciaal. “Een kind let ontzettend op wat zijn ouders belangrijk vinden. Je kunt niet van kinderen verwachten dat ze enthousiast zijn over religieuze tradities als jij dat zelf niet bent. Of als jij en je partner er verschillend in staan. De kans is dan groot dat ze hun belangstelling verliezen.” De Vroe verdiept zich al jaren in de joodse wortels van het christendom. Ze is onder de indruk van hoe vanzelfsprekend rituelen in het joodse leven zijn geïntegreerd. “Dat helpt zeker bij het doorgeven van de traditie”, zegt ze. Ze geeft een voorbeeld. “De sabbat wordt niet alleen in de synagoge gevierd, maar ook thuis – met een feestelijk gedekte tafel, kaarsen en gebeden. Als ik uitgenodigd word bij mijn joodse vrienden, dan ontroert me dat altijd weer.” Vasthouden aan traditiesGroenewoudt glimlacht. “Die rustdag is heilig voor ons. Dan gebruiken we geen telefoons, geen auto, en we vermijden werk. De kinderen groeien ermee op, het zit in het ritme van de week. Ze weten: dit is wie wij zijn.” De Vroe: “Bij protestanten is het geloof vaak gekoppeld aan de kerkgang, zie ik om mij heen.” Dat is behoorlijk mager, stelt ze vast. Thuis mist dan de rituele bedding die het geloof iets van het gewone leven maakt. “Veel gezinnen lezen niet meer samen uit de Bijbel, we bidden lang niet meer altijd samen aan tafel. Daardoor verdwijnt het geloof uit de dagelijkse routine. Ik zie dat binnen de protestantse traditie het alleen de orthodoxie eigenlijk goed lukt om dat geloof zo door te geven dat de kinderen ook weer in de traditie verdergaan.” Groenewoudt knikt. Vast blijven houden aan langlopende tradities is belangrijk om het geloof door te geven, stelt hij. “Ga daarover in gesprek met je kinderen. Leg uit waarom je als ouders bepaalde keuzes maakt.” AfhakenDe druk van de buitenwereld mag dan sterk zijn, volgens Groenewoudt heeft het leven in een kleine geloofsgemeenschap ook voordelen. “We zijn misschien klein, maar we horen zó sterk bij elkaar. Gezin, school en synagoge vormen samen een beschermende kring. Dat geeft kinderen houvast en herkenning. Zo proberen we een veilige joodse omgeving te creëren. De gemeenschap is altijd nabij.” Toch is ook in de orthodox-joodse gemeenschap het afhaken voelbaar. “In mijn synagoge zie ik niet veel vaders met kinderen of kleinkinderen.” Hij legt uit hoe dat komt: “Veel jongeren trekken weg, soms omdat ze niet meer naar de synagoge gaan, soms juist omdat ze ergens anders wel in alle vrijheid joods willen leven. Israël, Engeland of Amerika bijvoorbeeld, waar het makkelijker is om op onze manier joods te zijn.” De Vroe: “Er zijn in de orthodox-joodse gemeente dus ook kinderen die afhaken?” Groenewoudt knikt: “Ook bij ons struggelen gezinnen daarmee. Het gevecht met de buitenwereld is niet altijd even makkelijk.” Behoefte aan gemeenschapDe Vroe laat het hoofd niet hangen. Ze ziet ook nieuwe aanwas. “Als mensen kinderen krijgen, gaan ze op zoek. Dan vragen ze zich af: wat wil ik meegeven? Geloof is dan ineens weer in beeld.” Jonge ouders weten de weg naar haar kerk dan ook best te vinden, merkt ze op. “Als er kinderen komen, beginnen veel mensen met een schone lei.” Ook om sociale redenen komt de kerk dan in beeld. “Jonge ouders zoeken verbinding met elkaar.” In haar gemeente loopt ‘kerk op schoot’, een viering voor baby’s en peuters, opvallend goed. Er is behoefte aan gemeenschap, constateert ze. “Een paar jaar geleden interviewde ik een aantal ouders met jonge kinderen. Ik wilde weten wat hen in de kerk bracht. In die gesprekken ging het vaak over gemeenschapsgevoel, gedeelde waarden en het ontmoeten van andere ouders.” Deze behoefte aan gemeenschapszin blijkt belangrijk te zijn voor de betrokkenheid van gezinnen, deelnemen aan activiteiten in de kerk is vervolgens weer een manier om de verbinding te behouden. “De een komt elke zondag, de ander heeft minder belangstelling. Maar we proberen ze allemaal positief te benaderen, ongeacht hun frequentie van aanwezigheid.” Toch erkent ze dat het lastig wordt zodra kinderen groter worden. “Tieners zijn kritisch. Ze willen niet iets doen omdat het ‘moet’.” Hoe zit het eigenlijk met de puber die na vele weken afwezigheid zijn gezicht toch nog laat zien in de kerk van De Vroe? “Die is hartelijk welkom. We hebben nog nooit iemand weggestuurd, dat zullen we ook niet gauw doen, dan moet iemand het wel heel bont maken.” Meer over geloofsopvoeding in de kerkEén van de opdrachten van de gemeente is het opvoeden van de volgende generaties in het geloof. Maar hoe doe je dat? In de serie 'Geloofsopvoeding in de kerk' wordt dat per 'kindermoment' toegelicht. lees verder |
||
|
Brief van de scriba - Schoonheid
Geachte collega’s, Het is Advent geworden. Als aan het einde van het jaar iedereen enigszins vermoeid snakt naar wat vrije dagen, zoeken voorgangers, die ook snakken naar wat time off, naar inspiratie en goede woorden. Als kerk bidden we in deze weken voor onze voorgangers: dat je gezondheid, een goede gezindheid en geloof mag ontvangen om in jouw context voor te gaan in de vreugde van het evangelie. Advent is een bijzondere tijd, vind ik. Na de hectiek van het najaar hoop je op een periode van meer contemplatie. Iets minder vergaderen, iets meer stilte en studie. De grote feesten helpen daarbij. Ze trekken ons de essentie in van waarom we kerk zijn, wat ons drijft, driftig maakt, troost en staande houdt. Schoonheid van AdventAl een paar dagen zit ik te mijmeren over de schoonheid van Advent. Het is een schoonheid die in de vormen verscholen ligt. Na Eeuwigheidszondag (ook zo’n schitterende vorm) zingen we in de kerk andere liederen, zijn er andere lezingen, bereiden we ons op een eigen manier voor op een feest. In de schoonheid van Advent zit goedheid. Er wordt in deze schoonheid iets meegedeeld, je krijgt ergens deel aan. De adventstraditie trekt ons naar Christus toe, de Schriften in. Opeens sta je midden in de kracht van de profetie en in de herhaalde beloftes van God. “De adventstraditie trekt ons naar Christus toe, de Schriften in. Opeens sta je midden in de kracht van de profetie en in de herhaalde beloftes van God. ” Ik kwam op het thema van de schoonheid door een essay van een jonge Duitse predikant, Justus Geilhufe. Hij komt uit Oost-Duitsland. Hij weet wat atheïsme met een samenleving doet. Er gebeurt iets in een cultuur, schrijft hij, wanneer de kerk absent gemaakt wordt. Dat heeft effect op de taal, op de politiek, op de architectuur, op omgangsvormen, op de kleur van het dagelijkse leven, op het geestesleven. Juist hij schrijft daarom over de schoonheid van de christelijke traditie en haar vormen. Je komt door die vormen in een ander levensbesef. Het is een schoonheid, schrijft hij, die enerzijds gegen die Welt is. Ze bewaart een geheim dat beschermd moet worden tegen de agressiviteit van andere ideologieën en levensvormen. En tegelijkertijd is deze schoonheid für die Welt en in der Welt. Die schoonheid is bedoeld voor ieder mens en is te beleven in deze wereld. In een willekeurig dorp, op Walcheren of in de Achterhoek, in een stad of een instelling, word je zomaar onderdeel van een doorgaande traditie. Misschien dat deze weken ons daarom vrolijk maken: er is een schoonheid die beslag op ons legt, een bepaalde lichtheid die in ons wil trekken. De essentie van die vormen is het levende licht van Jezus Christus. In Hem vallen vorm en inhoud samen. De kerk is met Kerst als een moederkloekHet is als voorganger ook een rare tijd. Als gemeentepredikant vond ik het toeleven naar de kerstdiensten altijd spannend, en in zekere zin moeilijk. De verwachting is veel te hoog en de druk kon me verlammen. Voor je het weet denk je dat je allerlei fratsen uit moet halen om een eenvoudige essentie op te pimpen. Maar juist dan verlies je iets. Tegelijkertijd kan de kerk in deze dagen echt in vorm zijn. Allerlei mensen, jong en oud, randbewoners en routiniers, seculier en sentimenteel, je ziet ze allemaal voor je zitten. Willem Barnard zei ooit dat de kerk met Kerst als een moederkloek is die haar vleugels breed uitspreidt. Je hoeft eigenlijk alleen maar de deur van de kerk open te zetten en mensen komen opdagen. Want er zit in mensen van nu veel verwonding en verdriet, verveling en zoeken. “Je hoeft eigenlijk alleen maar de deur van de kerk open te zetten en mensen komen opdagen. Want er zit in mensen van nu veel verwonding en verdriet, verveling en zoeken. ” Ik beleef deze tijd als een uitnodiging. Zowel landelijk als lokaal. Misschien vragen tijdgenoten wel naar de essentie van die vormen waarin wij leven. Naar het waarom en het hoe. Wat ik lees over mensen die de weg tot Christus vinden, op allerlei manieren, is dat ze vragen naar het eigene van het geloof. Misschien hebben we als kerk te lang vanuit een soort vleierij met de tijdgeest gesproken? Als we de gunfactor van de tijdgeest maar wisten te veroveren, zo dachten we soms, misschien dat we dan weer op de kaart zouden komen te staan? Maar voor je het weet imiteer je dan de tijdgeest en verlies je het eigene. En is juist de vermoeienis niet een teken van het verlies van het eigene? Wat ik hoor is dat mensen nu juist vragen naar de kern. ‘Wat is Kerst? Ik kom niet voor de kitsch, ook niet voor de heimwee, maar eerder voor de vraag: Wie is God? Hoe kan ik met deze God in contact komen? Wat is het geheim van Jezus Christus? Waarom spreken jullie daar steeds over? Kun je daar ‘vrienden’ mee worden? Hoe kan ik leven? Welke life rules volgen jullie en waarom?’ Mysterie van de kerkIk merk trouwens in mijn eerste maanden als scriba hoezeer het mysterie van de kerk juist ook in de vorm van het diaconaat ligt. De diepere kennismaking met de projecten van Kerk in Actie inspireert me. Wie wij hopen te zijn is voelbaar en zichtbaar in ons contact met ‘de straat’, met wie gecanceld is, op wie gejaagd wordt. Met arbeidsmigranten die Kerst ergens in een kot of slapend in een bos doorbrengen. Met een fel protest tegen de godgeklaagde neiging om in een van de rijkere landen ter wereld barmhartigheid aan een vluchteling strafbaar te stellen. In een goede kerstdienst is de collecteVerder lezenHoe krijgt de collecte de aandacht die ze verdient? en de uitleg van het doel een preek op zich. Ook dat is inwijding in het geloof. En dat maakt het in zekere zin eenvoudiger. Je moet dicht bij de vormen blijven, denk ik, bij het Kind in een voerbak, bij een Kerk die het kind in doeken wikkelt, Hem koestert, zich door Hem laat vormen en daardoor barmhartig in deze wereld staat. Van harte hoop ik dat je als voorganger vanuit een soort zelfbewustzijn en rust voor kunt gaan. Wij geloven als kerk niet in kwantiteit en show, niet in de merchandizing van het heilige, niet in opgeblazenheid. Dat is strijdig met de vorm. Wij geloven in eerlijkheid: een gemeenschap van mensen die zich verzamelt rond een pasgeborene waarvan we geloven dat God in Hem naar ons omziet, ons lot deelt en onze schuld verzoent. Deze adventsbrief schrijf ik je namens het moderamen van de synode. Voel door deze brief heen het respect dat we voor onze voorgangers hebben en onze toewijding om het geestelijke leven in de lokale kerken te dienen en te omgeven met onze gebeden. Gezegend kerstfeest! Ook namens de andere moderamenleden,Leo Blees, Bianca Groen Gallant, Trijnie BouwKees van Ekris - Advent 2025 lees verder |
||
|
“Nieuw Kerkelijk Peil zorgde voor een opleving in de gemeente”
De Hervormde Gemeente Heerde is een traditionele volkskerk in de volle breedte, vertelt kerkenraadsvoorzitter Egbert van der Steege. Nog maar een paar jaar geleden waren er twee predikanten: de één met een Gereformeerde Bondsignatuur, de ander afkomstig uit de Confessionele Beweging. "We hadden door dat theologische verschil twee kerkenraden. De verschillen zaten vooral in de vorm, zoals wel en geen vrouw in het ambt, wel en geen kaarsen branden. Moet dat zo, vroegen met name de dertigers en veertigers zich af. Gaandeweg groeide de behoefte om naar elkaar toe te bewegen en één kerkenraad te vormen.” Eensgezind op wegDie wens kwam in een stroomversnelling toen beide predikanten bijna tegelijkertijd vertrokken en de gemeente een vacaturetijd in ging. Al snel werd gekozen voor één kerkenraad. En ook verder was het tijd voor een pas op de plaats: wat leeft er écht onder de gemeenteleden? Van der Steege: “Nieuw Kerkelijk Peil leek ons daarvoor een goed hulpmiddel.” Van de ongeveer 2500 leden vulden 300 de enquête in. Van der Steege analyseerde de resultaten, een hele klus. De uitkomsten waren opmerkelijk. Waar werd gedacht aan een gemeente met ‘flanken’, uitersten, bleek de gemeente juist behoorlijk eensgezind. Van der Steege: “De gemeente wil het Woord centraal stellen, zoekt naar verbinding en naar openheid naar de omgeving.” Tijdens een gemeenteavond werden de resultaten gepresenteerd, samen met de plannen van de kerkenraad. Die richtten zich vooral op de pastorale aansturing: in plaats van twee predikanten komt er één gemeentepredikant als geestelijk leider, bijgestaan door drie pastores met elk een eigen focus: ‘jong Heerde’, senioren en mensen met een beperking, en missionair en diaconaal werk. “Alleen die laatste plek moeten we nog invullen, dan is het team compleet.” SaamhorigheidWat meehielp bij het bepalen van een nieuwe koers was dat er nauwelijks verschil in beleving bleek tussen jongere en oudere gemeenteleden. Ook de lange vacaturetijd - tweeënhalf jaar - speelde daarin een rol. Van der Steege: “In die tijd hadden we gastpredikanten uit alle hoeken van de kerk. Dat hielp om breder te kijken en niet te blijven hangen in wat is geweest.” Vandaag staat de gemeente er heel anders voor dan enkele jaren geleden. “We spreken vaak over een opleving”, zegt Van der Steege blij. “Er is veel saamhorigheid ontstaan, en daar heeft het traject met Nieuw Kerkelijk Peil aan bijgedragen. Ik kan het elke gemeente aanraden. Het heeft voor een flinke beweging gezorgd.” Lees meer over Nieuw Kerkelijk Peil. lees verder |
||
|
Geestelijk verzorger Willemieke Doornenbal: “Wij mogen met onze kwetsbaarheid bij God komen”
Hoe ervaar je je roeping?“Als van God gegeven. Ik heb er wel een heel proces in gehad. Ik ben twee keer opgebrand geweest en heb getwijfeld aan mijn roeping. Door de dagelijkse omgang met het Woord ben ik het toch weer gaan ervaren als Gods plan met mijn leven. Dat ik mijn roeping heb teruggevonden, voelt als bestemming: dit mag ik doen, dit past bij mij.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Allereerst goed contact met het team. Ik wil iedereen kennen, want mijn werk is vrij solistisch. Daarnaast heb ik een basis van innerlijke rust en vrede nodig. Ik houd dagelijks stille tijd en ga regelmatig op retraite. Dat helpt me om mijn werk met passie te doen: nabij zijn voor mensen die met van alles worstelen.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?"Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is groot, ik heb de neiging om op alle vragen in te gaan. Ik heb geleerd om niet meer overal ‘ja’ op te zeggen en me meer te richten op wat ik leuk vind. Dat geeft vrijheid en focus op wat ertoe doet. Verder houd ik van wandelen, sporten, muziek maken, creatief bezig zijn, in de tuin werken, afspreken met vrienden en reizen. Dat zorgt voor balans.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Mensen individueel begeleiden in hun zingevingsvragen, gevolgd door het geven van workshops over rouw en verlies. Bijvoorbeeld aan buurtzorgteams, thuiszorgteams en welzijnswerkers die met deze problematiek te maken krijgen. Ik geef handvatten: wat zijn levensvragen, hoe herken je die, en wat kun je ermee doen?” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“In 2021 rondde ik de post-academische opleiding Contextueel Pastoraat af en afgelopen januari had ik daar een nascholing van. De titel van de nascholing was ‘De wond en de aanraking’. Onder meer het boek van Tomáš Halík, Raak de wonden aan, kwam aan bod. Ik heb er veel aan gehad, ook voor mijn eigen leven. Contextueel pastoraat raakt bovendien aan systemisch werken. Een mens is geen eiland, maar altijd verbonden met anderen. Hoe verhoud je je tot hen? Als geestelijk verzorger kom ik bij mensen thuis en breng vaak verhoudingen in gezinnen in beeld. Ik help mensen gestolde verhoudingen in beweging te krijgen, of te helpen zien welke loyaliteiten een rol spelen. Samen op zoek gaan naar bronnen van vertrouwen zie ik als een belangrijk onderdeel van mijn werk.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Zeker. Ik kan dat niet altijd expliciet benoemen, maar ik ervaar het wel. God is in alles en iedereen tegenwoordig. Als ik dat niet meer zie, kan ik het werk niet meer doen. Er gaan dingen buiten mij om, wonderlijke dingen, die ik toeschrijf aan Gods werk.” Welk boek, welke film of podcast raad je collega’s aan?“Het boek van Tomáš Halík, Raak de wonden aan. Halík liet zich inspireren door het verhaal van de ongelovige apostel Thomas. Het laat de kwetsbaarheid van Jezus zien die naar de aarde kwam en Thomas zijn wonden liet aanraken. Ik vind het inspirerend dat God voor ons is afgedaald. Hij reikt zijn hand naar ons uit, wij mogen met onze kwetsbaarheid bij Hem komen. Ook al zien we het niet, we mogen er toch in geloven. Dat is een stevig fundament. Voor mijzelf was het helend. Ik kwam uit een diep dal en ontdekte door de nascholing dat het oké is om kwetsbaar te zijn. Het viel op zijn plek.” Welke bijbeltekst gaat met je mee?“Matteüs 25:40: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.’ Ik voel me geroepen om dicht bij kwetsbare mensen te komen. Ook bij mensen die letterlijk moeilijk zijn om te zien; zij maken van alles los bij mij. Ik krijg de kracht om er voor hen te zijn. Al jong wist ik dat ik dat wilde. Maar ik heb wel moeten leren dat ik ook mijn eigen kwetsbaarheid mag omarmen.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“We zijn niet kerk voor alleen mensen binnen de kerk. We mogen het licht verspreiden naar mensen die Jezus nog niet kennen. Ook in mijn werk kan ik dat doen; ik kom in aanraking met mensen buiten de kerk. Ik zie het als een stukje evangelie dat ik licht mag verspreiden, ook al noem ik de naam van God niet.” lees verder |
||
|
Wat zijn de taken van een ouderling?
Het ambt van ouderlingDe kerkorde zegt het volgende over ouderlingen: ‘De ouderlingen zijn in het bijzonder geroepen tot de zorg voor de gemeente als gemeenschap, het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten, de herderlijke zorg en het opzicht en de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping (en zij die daartoe zijn aangewezen), en bovendien tot de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard.’ Taak van de ouderlingDoor in te zoomen op de verschillende onderdelen, wordt de reikwijdte van de taak van de ouderling inzichtelijk:
Profiel ouderlingIn veel gemeenten wordt de taak van de ouderling vooral pastoraal ingevuld. Ambtsdragers moeten dan in staat zijn om pastorale gesprekken te voeren. Maar je kunt ook denken aan een andere invulling, zoals een ouderling voor liturgie of voor vorming en toerusting. Veel gemeenten kennen ook een jeugdouderling of een missionaire ouderling. Deze ouderlingen blijven medeverantwoordelijk voor het geheel van de gemeente, ze hebben alleen een meer specifieke opdracht binnen dat geheel. Valkuilen
Kansen
Cursus voor ouderlingenIn de online basistraining ouderling ga je aan de slag met jouw roeping en kwaliteiten als ouderling. Je leert wat de bijbel en de kerkorde ons vertellen over het ambt van ouderling. Ook ga je aan de slag om jouw specifieke taken en kwaliteiten te leren kennen, zodat je je eigen opdracht voor de praktijk doordacht kunt formuleren en gedegen aan de slag kan als ouderling. Meld je aan voor de online training 'ouderling' lees verder |
||

